Artikelindex

Preek 15 januari 2017, 2e zondag na Epifanie

Bijbeltekst: Johannes 2: 1-11

A. Diverse vlakken van het verhaal

We kunnen een beeld maken van de bruiloft te Kana.

We zien dan verscheidene personen: de pas gehuwden, bruid en bruidegom,

er zijn de gasten die genodigd zijn, Maria is er, Jezus en zijn eerste leerlingen,

er is een ceremoniemeester die de wijn keurt en er is het personeel dat bedient.

Maar Johannes kijkt tegelijk terug: er klinkt een andere bruiloft mee.

Een bruiloft zoals in het boek Hosea aangeduid, van God met de mensen op aarde,

eerst met het volk Israël en vervolgens met alle volken.

En Johannes kijkt ook vooruit. Zoals er bij de die bruiloft te Kana mensen zijn

die bedienen aan de tafels, die het feest proberen te organiseren:

zo zijn de mensen in een kerkelijke gemeente dienstbaar

aan de grote bruiloft van God met de mensen.

En de dienaren in een gemeente willen de gasten van buiten ontvangen.

B. De dienaren

Een feest kan alleen gehouden worden, als er mensen zijn die dat voorbereiden,

die eten inkopen of klaar maken, die de voorraden in de keuken aanvullen,

die op tijd beginnen om koffie te zetten.

En tijdens het feest zijn er mensen nodig, die de hapjes rondbrengen,

die bladen met drankjes de zaal inbrengen.

Een bruiloftsfeest in het oude Israël kon 7 dagen duren,

dus er moest vooral heel wat geregeld worden, en afgesproken

wie op welke dag, en dan welk dagdeel, dienst zou doen.

En er moest tijdens de dagen ingespeeld worden op onvoorziene omstandigheden.

In de kerkelijke gemeente geven we zulke feestelijke gelegenheden ook vorm:

- gisteren tijdens de nieuwjaarsreceptie in de Gabriëlflat

- soms tijdens koffiedrinken op zondag

- bij een kerstbroodmaaltijd.

Zij bij de organisatie betrokken zijn weten:

het is een verantwoordelijkheid, je moet op allerlei dingen letten,

en als er iets vergeten is, moet je een noodoplossing bedenken.

Maar als het samenzijn feestelijk wordt, dan kan er tussen alles door een gevoel zijn van:

dit is goed, dit heeft, op één of andere manier, iets te maken

met hoe Gód feestelijk met mensen samen wil zijn, zijn bruiloftsfeest met de aarde.

C. Gebrek

Maar er ontstaat in Kana een probleem: de wijn raakt op.

Ze redden het met de wijn niet voor 7 dagen. Het feest dreigt halverwege te stranden.

Zullen de gasten die zijn uitgenodigd dan nog wel blijven

of verlaten ze dít feest en gaan ze hun heil elders zoeken?

Wat verteld wordt over Kana is min of meer herkenbaar.

In kerkelijke gemeenten ontstaan problemen, het personeel raakt op.

Als er minder mensen zijn om de gerechten te bereiden

en de bloemetjes op tafel te zetten, en slingers op te hangen,

is de sfeer van het feest dan nog te handhaven?

En als er minder geld beschikbaar is, en er niet zo veel wijn kan worden ingekocht

als we zouden willen, hoeveel dagen kunnen we het feest dan vol houden?

De vrees dat het feest gaat kapseizen is echter niet nieuw,

we komen het in de Bijbel zelf al tegen, te Kana.

D. Opdracht

Het personeel in Kana merkt dat ze wijn tekort gaan komen en melden het aan Maria.

Zij, een generatie ouder dan het bruidspaar,

die al meer heeft meegemaakt, die levenswijsheid heeft verzamelt,

en die de traditie van Israël kent, en die haar zoon kent,

en weet dat deze de oude traditie verdiept en vernieuwt,

zegt tegen hen: Luister maar naar wat mijn zoon jullie zegt.

En wat hij zegt, dat moet je doen.

Daarmee geeft Johannes aan de gemeenten van toen en nu door:

Als het feest vast begint te lopen, als het kerkelijk leven stroef wordt,

dan hoef je niet zelf iets compleet nieuws te gaan bedenken,

van nul af aan iets tot nu toe ongekends te verzinnen.

Ga eerst maar eens aandachtig en zorgvuldig naar de woorden van Jezus luisteren.

Misschien hoor je dingen, die nog niet echt tot je door zijn gedrongen,

die langs je heen gingen.

Laat eerst dat verhaal van Jezus maar dieper op je inwerken.

En als je dat goed gehoord hebt, dan zou je al wel eens reeds een stuk op weg kunnen zijn

om ideeën en vormen te vinden hoe je het feest weer in beweging kunt krijgen.

Als je te snel oplossingen gaat bedenken,

krijg je misschien wel een groots feest,

maar wat niet zo zeer een feest is, dat past bij Maria en Jezus.

In Kana vraagt Jezus de dienaren om de 6 grote stenen waterkruiken

die daar staan tot de rand met water te vullen.

De waterkruiken zijn daar, zodat de gasten hun handen kunnen wassen

als teken van rituele reiniging voor het eten.

De gasten reinigen zich van buiten, met hun handen, als symbool

om innerlijk de feestelijkheid zuiver te kunnen ontvangen.

Als de dienaren de watervaten gevuld hebben, zegt Jezus hun:

schenk nu een beker, of een glas, vol

en breng die naar degene die leiding geeft aan het feest,

die verantwoordelijk is voor het verloop van het feest.

De dienaren krijgen niet de opdracht iets geheel nieuws te gaan doen.

De watervaten stonden er al, horen bij het gebruik van het feest.

En ze doen gewoon dagelijks water in de vaten.

En ze gebruiken het vaatwerk, bekers of glazen, die ze al hadden.

Alleen, ze moeten het bekende wel herschikken.

Het was nieuw om water uit de reinigingskruiken: in bekers te gieten.

En de dienaren moeten dit nieuwe wel doén.

Ze moeten de bekers vullen, en ze brengen naar wie de drank keurt.

Wat zal deze zeggen, en wat zullen de gasten zeggen,

als die hen zien lopen met bekers met water uit de reinigingsvaten?

De dienaren lopen het risico uitgelachen te worden.

“Wat zijn jullie nu aan het doen, wat moet dat opleveren?”

Zo zijn er allerlei oude en nieuwe dingen in een kerk te doen.

Is dat nu zo bijzonder - kan sceptisch opgemerkt worden.

Zo iets is elders in veel krachtiger vorm te vinden, maar dan zonder geloof.

Wat voor waarde heeft dat, wat levert het op?

Ja, je moet, luisterend naar de woorden van Jezus, dingen dúrven, en maar afwachten, hopen

wat het voor mensen gaat betekenen, welke diepte het krijgt,

wat het in het hart van iemand gaat doen, of er een ander zicht ontstaat,

of er … een wonder gebeurt.

E. Kwaliteit van de wijn

Degene die de wijn keurt, proeft van de beker die hem is aangereikt, en hij oordeelt:

“Dit is wijn van superieure kwaliteit, van een eigen klasse.

Zo’n soort wijn hebben we op dit feest nog niet gehad.”

Waar en wanneer dan is het wonder geschied? - kunnen we vragen.

Toen de dienaren de kruiken vulden met water tot de rand,

of toen ze de vloeistof in een beker deden,

of terwijl ze onderweg waren naar de leider van het feest

of toen deze proefde en de drank tot zich naam?

De dienaren weten het niet.

Ze hebben zelf niets bovennatuurlijks gedaan.

En ja, ze hebben gedaan wat Jezus vroeg.

Als in een kerk de feestelijkheid onder druk komt te staan

moet er natuurlijk hard worden nagedacht en moeten er plannen worden gemaakt

en nieuwe dingen geprobeerd worden, die wel of niet kunnen lukken.

Maar uit het verhaal van de bruiloft te Kana

komt om te beginnen een aansporing naar voren

om te luisteren naar de woorden van Jezus en de verhalen over Jezus.

En om dan te gaan waarheen die woorden wijzen,

om in zijn geest samen de feestelijkheid te vieren in een kerkgebouw of waar ook,

en zoals hij deed naar mensen te luisteren en hen nabij te zijn,

om met elkaar de Schriften te spellen,

en om onderweg te helpen wie in nood zijn.

Al de dingen die zo vertrouwd zijn, als de reinigingsvaten tijdens de bruiloft te Kana.

Maar het bekende zal wel steeds weer in nieuwe vormen gegoten moeten worden,

om zo dicht mogelijk op mensen aan te sluiten.

En als je dan ogenschijnlijk kleine dingen doet,

water draagt naar mensen,

dan kan het toch zijn dat zij zeggen:

dit proeft als wijn, ja wijn van de beste kwaliteit.

Hier proeven we het geheim van leven,

hier gaat het nu om in het leven op aarde.

Het aardse water: kan de smaak van de hemel krijgen.

Het hoeft niet spectaculair over te komen,

maar voor mensen individueel kunnen kleine woorden en gebaren

een wereld van verschil maken.

Dat is toch de verwachting, dat er in een kerkelijke gemeenschap

af en toe iets te ervaren is, een drank te proeven,

die je nergens anders zo goed vindt,

niet omdat de dienaren zo veel bijzonders doen,

maar omdat de woorden en de Geest van Jezus er door heen spelen.

F. De gasten

Tenslotte, de dienaren brengen de wijn niet alleen voor het bruidspaar en voor zichzelf rond.

Er zijn de gasten.

En er wordt kennelijk op veel gasten gerekend.

De 6 stenen watervaten bevatten samen, omgerekend, zo’n 500 liter.

Met 500 liter wijn kunnen heel wat glazen gevuld worden.

Het feest mag van Jezus dus uitbundig zijn. Voor wie uit Kana komen en van buiten.

En Johannes laat iets doorklinken:

Voor dit oude bruiloftsfeest van God met de mensheid, uit Hosea,

daar moet ook veel wijn voor aanwezig zijn.

Want: velen zijn genodigd.

En Jezus zorgt voor een drank, woorden, gedachten, die ons hart blij maakt,

die ons het ware leven doet proeven.

En die stroom van drank is misschien wel onuitputtelijk.

Wij hebben in een kerkelijke gemeente niet zo veel uit onszelf,

dat merken we af en toe pijnlijk genoeg.

Maar we proberen feestelijke ontmoetingen te houden,

die open zijn, ja die bestemd voor vélen in onze omgeving.

En we mogen geloven dat met slechts water, aardewerk en glas, al de gewone dingen,

er toch wonderen kunnen gebeuren.

Amen.