Artikelindex

12 februari 2017, 70e dag vóór Pasen, Avondmaalsviering

Bijbellezing: Mattheüs 20: 1-16

A. De vreemde uitbetaling

Het is een vreemde uitbetaling in de wijngaard,

om 6 uur in avond, aan het einde van de werkdag.

Wie één uur heeft gewerkt krijgt een denarie, ongeveer een gemiddeld dagloon.

Wie 12 uur heeft gewerkt vanaf het ochtendgloren, ontvangt evenveel.

Het gemopper van de arbeiders lijkt terecht in onze ogen.

Maar de heer van de wijngaard stelt als vraag

aan één van de arbeiders die kritiek uit:

“Is jouw oog boos,

omdat ik goed ben?”

Wat de mopperende arbeiders naar voren brengen, sluit aan bij wat wij gewend zijn:

Als iemand meer uren werkt, gaat hij meer verdienen.

30 uur werk levert meer geld op dan 24 uur.

Maar het systeem werkt niet altijd goed.

Want sommige mensen maken meer uren dan nog gezond voor hen is.

En anderen worden door niemand gevraagd, kunnen niet gebruikt worden,

zoals de arbeiders tot het 11e uur op het plein wachten (vs. 6v), totdat iemand hen wil hebben.

En mensen met hele hoge functies kunnen vele keren meer verdienen

dan iemand met een lagere functie,

ook al maken ze evenveel uren op een dag.

De heer zegt tot één van de groepen arbeiders als hij hen vraagt:

Ik zal jullie geven wat rechtvaardig is (vs. 4).

En dat is in de gelijkenis nu precies de vraag: wat is rechtvaardig?

B. De wijngaard als beeld

Nu gaat wat Jezus vertelt wel over wérk, maar het is een gelijkenis.

De vertelling wil eigenlijk iets zeggen over iets ánders.

Eraan vooraf gaat een vraag van Petrus aan Jezus.

Petrus zegt: wij zijn als leerlingen u gevolgd, hebben alles achter ons gelaten, wat zal ons lóón zijn, wat zullen we ontvangen (19: 27-30)?

En dan vertelt Jezus deze gelijkenis.

Over mensen die 12 uur werken, 9 uur, of maar één uur voor wat Jezus noemt

‘het Koninkrijk van God’, en die daarna loon uitbetaald krijgen.

Het werk in de gelijkenis speelt zich af in een wijngaard.

Dat is geen willekeurig beeld.

Bij de profeten in het O.T. wordt het volk Israël verscheidene malen vergeleken

met een wijngaard.

God legt op vruchtbare grond een wijngaard aan, plant de wijnstokken

en hij hoopt dat de wijngaard door tijden van zon, regen en woestijnwind heen,

mooie druiventrossen voort zal brengen,

waar goede wijn uit voort zal komen,

zodat het goede van het leven gevierd kan worden.

Deze wijngaard staat te midden van andere grond, grond die minder vruchtbaar is.

De wijngaard is nog maar een begin.

Het begínt met deze wijngaard, maar de boer hoopt

op vruchtbaarheid en wijn op heel het aardoppervlak.

De wijngaard is symbool van hoop, hoop op een nieuwe aarde.

Als Jezus nu dat beeld van de wijngaard oppakt in zijn gelijkenis,

geeft hij aan, dat wie met hem mee willen werken,

werken als in een wijngaard.

Ze zijn er om op klein gebied, in en rondom een kerkelijke gemeente,

iets te laten zien van hoe heel de aarde kan worden.

De wijn die wij drinken bij het Avondmaal

is zichtbaar teken van het beeld van die wijngaard,

is vooruitwijzing naar de tijd dat heel de aarde eindelijk tot bloei zal komen.

Aan de tafel rond het Avondmaal bevinden we ons als het ware

in een kleine voorlopige wijngaard, wachtend op meer.

C. Evenveel van het goede ontvangen

In deze wijngaard gaat het anders toe dan in de wereld daaromheen.

In de eigenaar van de wijngaard kunnen we God zien.

En de opzichter die de arbeiders betaalt aan het eind van de werkdag: dat moet dan Jezus zijn.

De mensen die gewerkt hebben in de wijngaard,

die geprobeerd hebben een stukje aarde vruchtbaar te maken,

die hebben geplant, water gebracht,

die tot hun dankbaarheid vruchten hebben zien komen,

die ontvangen bij de uitbetaling: evenveel.

Wie al vele jaren en vele uren zich heeft ingezet voor de Heer

van de wijngaard, ook in de hitte van het midden van de dag,

en wie alleen maar iets kan bijdragen in de avondschemering, in de luwte,

zij krijgen evenveel.

Wie al vele jaren actief met geloof bezig was

en wie pas later gelegenheid kreeg zich intenser met geloof bezig te houden,

zij krijgen evenveel.

De gelijkenis van de wijngaard doorbreekt ons gewone denkpatroon

Ze hoeven in deze wijngaard niet meer te rekenen,

zoals ze op zoveel plekken moeten doen:

sta ik hoger of lager dan de anderen die zich inzetten;

ben ik veilig of ga ik eruit bij de volgende bezuinigingsronde,

hoe blijf ik vóór op mijn collega, die ik tegelijk als mijn concurrent moet zien?

Het hoeft in deze wijngaard goddank niet.

De arbeiders weten zich met de mensen om hen heen

werkers aan een zelfde zaak, ze bereiden een féést voor.

Dat is de sfeer die hen omringt, de werksfeer.

Ze zijn collega’s van wie naast hen zijn, ja meer: broeders en zusters.

Ze zijn voor de eigenaar van de wijngaard evenveel waard

en dat is juist een reden tot vreugde!

De arbeiders zijn gelijk, en dat is bevrijdend.

Wat is nu dat loon, die denarie, het loon dat wordt uitbetaald?

De eigenaar noemt zichzelf goed:Is uw oog boos, omdat ik goed ben.

Wat is dan het goede dat hij uitbetaalt?

Dit bijbelverhaal over de wijngaard staat in het middeleeuwse leesrooster,

zoals overgenomen door de Lutherse kerk,

op de eerste zondag die naar Pasen toe begint te tellen.

En dat begin wordt nog versterkt door de lezing uit de brieven:

We stellen ons op in de renbaan om naar Pasen toe te lopen (I Kor. 9: 24-27).

Wat is het goede dat God mensen geeft op de weg naar Pasen toe,

en waarvan ieder evenveel ontvangt?

In de weg die Jezus gaat,

zijn onderwijs, zijn genezingen, zijn lijden, zijn opstanding,

wordt duidelijk de trouw van God aan mensen,

de goddelijke liefde door alle dood heen,

het leven dat blijft.

En dát wordt mensen aangeboden, dat heil van God krijgen ze uitbetaald.

Daarvan kun je niet méér eisen dan je medearbeider,

dan zou waarlijk je oog boos zijn, terwijl God goed is.

Dat loon is voor ieder gelijk.

Van de schat die op weg naar Pasen door Jezus is verzameld en opgebouwd

krijgen mensen uitbetaald:

elke arbeidsdag, elke dag van het leven,

en dat loon is voldoende voor elke dag.

D. Zijn wij tevreden met dit loon?

De vraag is:

Zijn wij tevreden met dit gelijke loon, dat mensen met elkaar verbíndt,

met deze goedheid?

Of willen wij elders een ander loon ontvangen,

een loon dat mensen uit elkaar trekt.

E. Avondmaal als uitbeelding

Het Avondmaal is te zien als uitbeelding van de uitbetaling in de gelijkenis van de wijngaard.

Wij ontvangen evenveel, een stukje brood, een slok wijn.

Brood en wijn verwijzen

naar het loon dat wij vanuit de hemel ontvangen,

het deel dat we krijgen van het heil van God,

de gemeenschap met Jezus de Zoon,

en dat loon is voldoende voor elke levensdag.

Wij geven schaal en beker aan elkaar door,

opdat degene naast ons evenveel kan krijgen als wij.

Het loon verbindt ons met elkaar, als arbeiders in dezelfde wijngaard.

Het ontvangen van evenveel brood en wijn

doet ons ook uitzien naar het moment

dat alle mensen in de wereld voldoende ontvangen

van het goede dat God hun geven wil.

En ondertussen kunnen wij dankbaar zijn

met dit teken van voorlopige uitbetaling,

loon uit de hemel - hier op aarde.

Amen.