Preek Nieuwjaarsdag, 1 januari 2017

A. Vragen bij onze plannen

De tijd rondom de jaarwisseling is bijna vanzelf een tijd om plannen te maken:

Dit jaar wil ik graag dít nieuw gaan doen, of dát anders aanpakken.

En ook wie door omstandigheden maar beperkte mogelijkheden heeft,

maakt toch kleine plannen: ik wil graag nog zó, als het mogelijk is ook nog dát.

Plannen maken betekent: naar voren kijken, naar de toekomst leven.

Maar dan komt Jakobus onze plannen en voornemens doorkruisen.

Terwijl wij al in beweging komen om onze plannen te gaan realiseren,

zet hij ons de voet dwars en brengt ons tot stilstand.

Jakobus stelt: Ik weet dat mensen hun plannen maken voor een heel jaar.

Ze zeggen: “Vandaag of morgen zullen wij reizen naar die-of-die stad,

en daar zullen we een jaar vol maken

en we zullen er handel drijven en geld verdienen.”

Maar Jakobus relativeert dat: “U weet nog helemaal niets

hoe de dag van morgen zal zijn, wat er dan kan gebeuren,

hoe wilt u dan beslag gaan leggen op een heel jaar?”

Tussen de regels door stelt Jakobus ook vragen bij het doel van de plannen.

“Wij zullen reizen naar die-of-die stad, er handel drijven, en geld verdienen”

- zijn er misschien ook nog andere soorten doelen om aan te denken voor een nieuw jaar.

Zeurt Jakobus nu, is hij te negatief?

Jakobus vraagt in wezen: zie je in je plannen niet iets over het hoofd?

Mag Gód ook nog iets willen in een nieuw jaar,

en mag wat God wil meetellen bij de plannen die wij maken?

Jakobus stelt: Je zou ook iets anders kunnen zeggen, namelijk:

“Als de Heer wil,

dan zullen wij leven,

en zullen wij dit of dat doen.”

Mag de wíl van God invloed hebben op onze plannen?

Ook deze uitspraak van Jakobus kan echter omgebogen worden,

zodat nog steeds alleen onze wil telt.

Dit ‘als God het wil’ of in het Latijn ‘Deo Volente’ kan netjes

in een aankondiging verwerkt worden.

Op een kaart kan staan: “Wij zullen D.V. 18 februari dit gaan doen.”

Is er dan vooraf afgewogen of het geplande past bij de wil van God?

Of gaan we het hoe dan ook wel ondernemen?

Het ‘Als de Heer het wil’ kan gelezen worden als:

Als het ons lukt, dan heeft de Heer het kennelijk mogelijk gemaakt.

Maar mag ‘de wil van God’ ook zelfstandig meetellen?

B. De wil van God voorop

Jakobus hoort mensen zeggen: Wij zullen dit jaar dat en dat doén.

Maar hij vraagt: Probeer nu vanaf het begin van een jaar

eerst eens rekening te houden met “dat wat de Heer wil”.

Dan wordt de vraag niet meer: Wat wil ik voor mijzelf bereiken, wat is voor mij aangenaam?

Maar dan komen er ook vragen bij als: Hoe kan ik plannen maken, tijd maken,

om toe te nemen in wijsheid,

om meer te verstaan van geloven

en de wereld om ons heen te doorgronden?

Hoe kan ik plannen maken, waarmee ik mensen in mijn omgeving van dienst kan zijn?

Hoe kan ik te midden van verharding in de wereld

toch hier en daar invloed uitoefenen,

zodat andere waarden een rol spelen, die verwijzen naar het Rijk van God?

Als ik mijn handelen afstem op wat God wil, zo zegt Jakobus,

dan ga ik pas léven in volle zin, samen met anderen, samen met God.

Als ik mijn plannen niet alleen voor mij zelf doe, juist dan vind ik meer voldoening.

Je kunt de strekking van de uitspraak van Jakobus wat vrijer als volgt weergeven:

“Pas als wij gaan handelen zoals de Heer wil,

zullen wij léven vinden

en zullen wij het ene dan wel het andere doen.”

Met de zin “Als de Heer wil”

zet Jakobus ons vanaf dag 1 van het nieuwe jaar: op een ander spoor.

Met dit zogeheten ‘voorbehoud van Jakobus’

laat hij ons enerzijds halt houden

en geeft hij ons anderzijds de gelegenheid onze kleine plannen instrument te laten worden

in dienst van Gods grotere plannen voor deze wereld.

C. Het goede/schone doen

Aan het eind van ons stukje tekst vat Jakobus samen

wat dat dan inhoudt: uitgaan van de wil van God.

Dat komt heel eenvoudig geformuleerd, neer op:

het goede doen,

of het is ook te vertalen als: het schone doen, het mooie.

De wil van God is: het goede, het mooie doen.

Dat wat het leven van mensen om je heen mooier maakt, aangenamer,

dat wat voor jezelf goed aanvoelt, omdat de daad eerlijk was en nuttig.

De wil van God doen is: schone dingen maken, die mooi zijn,

een stukje van de schepping op laten lichten.

Als de Heer wil, Deo Volente,

zullen wij leven

en dát mooie doen,

in het jaar dat voor ons ligt.

Amen.