Artikelindex

 

 

HET ALZIEND OOG

Er zijn schilderijen, waarin bovenin een driehoek te zien is, met daarin een oog. Dit ‘alziend oog’ vertegenwoordigt God, die alles waarneemt wat op aarde gebeurt. God let op de aarde en zorgt voor haar. Mensen hebben zich echter ook gestoord aan dit Oog: Wij willen niet geloven in een God die controleert wat wij mensen op aarde doen; wij willen vrij zijn.

Ondertussen zijn er andere Alziende ogen verschenen. De grote internetbedrijven proberen allerlei gegevens van hun gebruikers te verzamelen. Ze doen dat op steeds geraffineerder manieren. Terwijl je je op internet beweegt, wordt er een spoor van gegevens en cookies afgetapt door de websites en de browsers. Zij verhandelen die gegevens weer aan ‘derde partijen’, die je met gerichte advertenties verleiden om hun producten te kopen.

De internetbedrijven als Google, Apple en Microsoft zijn eens opgericht om goede producten en diensten te leveren aan klanten. Tegenwoordig verdienen ze niet zozeer meer aan hun eigen producten, maar aan het verhandelen van de gegevens van klanten. Je betaalt niet met geld, maar door het (onbewust) afstaan van je persoonlijke gegevens.

Google was de eerste die gegevens van klanten ging verzamelen en loopt nog steeds voorop. Facebook gaat binnenkort WhatsApp en Instagram integreren met Facebook zelf, zodat zij nog beter gegevens door kunnen sluizen. Microsoft kan sinds Windows 10 via een Microsoft-account volgen wat hun klanten op hun computer doen.

Veel websites informeren je dat ze cookies opslaan, maar bieden niet de mogelijkheid om dat af te wijzen. Als je op de site blijft, kun je niet anders dan de cookies accepteren.

Al deze services worden aangeprezen als aangenaam voor de klant, maar de computer en smartphone zijn in wezen steeds meer geavanceerde afluisterapparaten.

Is er iets te doen tegen deze nieuwe Alziende ogen? Veel mensen stellen: Zolang mijn apparaat maar prettig werkt, verdiep ik me er niet in. Zo stimuleer je de internetbedrijven echter alleen maar om nog verder te gaan. Je kunt ook weerstand bieden. Er zijn namelijk gelukkig ook bedrijven die geen of weinig gegevens van klanten vastleggen.

Je bent voor de browser van de pc of de smartphone niet aangewezen op Chrome van Google of Edge / Internet Explorer van Microsoft, maar je kunt Firefox van Mozilla nemen.

Je hoeft als zoekmachine geen gebruik te maken Google, die je volgt overal waar je gaat, maar er zijn alternatieven als Startpage of Duckduckgo.

Een belangrijke doel van de internetbedrijven is om ons als consumenten te voorzien van advertenties. Die opzet kun je dwarsbomen door een advertentieblokker te gebruiken zoals Adblock, Adblock plus of Ublock origin.

Je kunt de invloed van cookies terugdringen door op het internet te surfen met privé-navigatie, die diverse browsers aanbieden.

Je hoeft voor gratis berichtenservices niet WhatsApp van Facebook te gebruiken. Dat kan ook via Telegram of Signal.

En als je voor je besturingssysteem helemaal af wilt van Microsoft, Google en Apple, kun je kiezen voor Linux.

Er zijn dus mogelijkheden om je als consument te verweren, maar het wachten is of er strenge Europese wetgeving komt die de internetbedrijven aan banden gaat leggen. In 2018 is een bescheiden begin gemaakt. Wettelijke dwang zal het enige middel zijn dat werkt.

Wat is overigens de betekenis van dat goddelijke Alziende oog? Psalm 113 zegt:

“Wie is als de Eeuwige, onze God, die zijn zetel heeft in de hoge,

die zich neerbuigt om te zien in de hemelen en over de aarde”.

En waartoe kijkt God met zijn ogen?

“Een geringe doet hij opstaan uit het stof, een arme verheft hij uit het slijk.”

De internetbedrijven kunnen nog wel wat leren van de Bijbel.

A. Bruin


 

LAATSTE WOORDEN

Dit jaar is herdacht, dat de Zwitserse theoloog Karl Barth 50 jaar geleden overleed, op 10 december 1968. Eind september werd aan de Vrije Universiteit in Amsterdam het ‘Barth jaar’ afgesloten.

Karl Barth is bekend van zijn kerkelijk verzet tegen het nazi-regiem in de jaren ’30. In de jaren ’50 ging hij niet vanzelfsprekend mee in het Koude Oorlogsdenken, en probeerde contacten te houden met de kerken in Oost-Europa. Op theologisch gebied keerde hij zich in de jaren ’20 krachtig tegen het vrijzinnige protestantse denken, waarin hij was opgegroeid.

Steeds ging Barth zijn eigenzinnige weg. Hij wilde zich noch kerkelijk, noch politiek vast in laten delen bij links of rechts.

Zijn eigen luisteren naar de Bijbel werkte hij in de loop van de jaren zorgvuldig uit in een geloofsleer van vele delen en meer dan 9000 pagina’s. En daarmee was deze ‘Kirchliche Dogmatik’ nog niet eens klaar gekomen!

Barth was serieus, maar ook iemand met veel humor. Hij kon zijn eigen werk sterk relativeren. Zo stelde hij:

“In de hemel zullen we alles wat nodig is weten, en geen papier meer hoeven te beschrijven en te lezen… Ik zal dan ook de Kirchliche Dogmatik over wier groei de engelen zich al lang verwonderd hebben, als oud papier ergens op een zolder in de hemel mogen deponeren.”

En over de elf baretten die hij bij zijn eredoctoraten had ontvangen, zei hij: “Ik zal ze beslist in de hemel allemaal aan de garderobe moeten afgeven.”

 

In het najaar van 1968 werd Barth een paar maal geïnterviewd voor de Zwitserse radio.

Hij keek, inmiddels 82 jaar, terug op zijn leven. Waar ging het hem uiteindelijk in het geloof om, wat was de kern? Barth zei:

“Het laatste woord dat ik als theoloog en ook als politicus te zeggen heb, is geen begrip zoals ‘genade’, maar een naam: Jezus Christus. Hij is de genade, en hij is het laatste….

Wij kunnen hem niet ‘vangen’. Maar wij hebben met hem te maken.

Wat ik in mijn lange leven geprobeerd heb was steeds meer deze naam hoog te heffen

en te zeggen: daar! Daar is dan ook de genade. Daar is ook de stimulans tot werken,

tot strijden, ook de drang tot gemeenschap, tot de medemens. Daar is alles wat ik in mijn leven in zwakheid en in dwaasheid geprobeerd heb. Maar daar is het.”

Barth erkent: Je kunt over God en geloof veel zeggen en schrijven. Het gaat uiteindelijk niet om die menselijke theorie, de boeken. Het geloof is geen systeem, geen leer.

Het geloof is iets persoonlijks. We ontmoeten God in de bijbelse verhalen, en toegespitst in wat verteld wordt over Jezus Christus. Daar komt een unieke stem naar ons toe, daar worden we aangesproken, daar worden we de wereld in gestuurd. En zelfs 9000 pagina’s zijn nog te weinig om aan de volheid van de genade van Christus recht te doen.

Op 9 december 1968, de avond vóór zijn overlijden, voerde Barth een telefoongesprek met zijn levenslange vriend, Eduard Thurneysen. Ze bespraken de sombere wereldsituatie van dat moment. De oorlog in Vietnam was gaande, de ‘Praags lente’ was gesmoord. Maar Barth stelde “Maar toch de moed niet opgeven. Nooit. Want - er wordt geregeerd!”

De volgende ochtend ontdekte zijn vrouw dat hij in zijn slaap ongemerkt was overleden.  

Barth vatte die laatste maanden de betekenis die het christelijk geloof voor hem had samen.

Voor de individuele mens is Christus het laatste. Op Hem kun je tot het einde vertrouwen.

Ook t.a.v. de wereld hoeven we de moed niet op te geven. Want ondanks somberheid van het nieuws, wordt er ook gehandeld en geregeerd vanuit de hemel.

A. Bruin

 


DE UITSTRALING VAN EEN KLEIN SCHOTS EILAND

Tijdens mijn vakantie was ik een halve dag op het Schotse eilandje Iona, Vanaf Glasgow is het nog een stuk naar het noordwesten, tot de kustplaats Oban, vervolgens de veerboot naar het eiland Mull, en na Mull een volgende veerboot naar Iona.

Iona is een eiland met een plaats in de kerkgeschiedenis. De Ierse monnik Columba landde in 563 op Iona, met elf metgezellen, als twaalf nieuwe discipelen van Jezus. Ze stichtten daar een klooster. Vanuit Iona ondernamen ze zendingstochten door Schotland en Noord-Engeland en stichtten ze daar kloosters. In één van die Noord-Engelse kloosters (in Ripon) werd Willibrord als jongen opgenomen, waarna hij eind 7e eeuw het Evangelie naar Nederland bracht. Iona speelde tot het jaar 1000 een belangrijke rol in het netwerk van kloosters in het noorden van Groot Brittannië, totdat het door de Vikingen twee maal verwoest werd. In de tijd van de Reformatie werden het mannenklooster en het in 1203 erbij gekomen vrouwenklooster buiten gebruik gesteld.

Eeuwenlang vervielen de kloostergebouwen.

In 1938 werd het klooster echter nieuw leven ingeblazen. George MacLeod, predikant van

de Church of Scotland in Glasgow was begaan met de armoede die in de stad heerste. Met werkloze arbeiders en theologie-studenten herstelde hij in de jaren ’30 de kloostergebouwen.

In 1938 werd de Iona Community opgericht, een moderne vorm van een klooster-gemeenschap. Tegenwoordig telt de Community een paar duizend leden en vrienden die ieder in eigen land en omgeving vanuit de regels van de gemeenschap willen leven.

Verder ontvangt het klooster op Iona tienduizenden pelgrims, gasten en toeristen per jaar.

In de Iona Community worden eigen liturgische teksten geschreven en liederen gemaakt,

die vervolgens hun weg over de wereld vinden. In het Liedboek komt b.v. lied 833 ‘Neem mij aan zoals ik ben’ uit Iona.

De Iona Community heeft een aantal kenmerken.

Ze staat in de brede oecumenische traditie. Veel teksten geven centrale betekenis aan de Drie-eenheid. Zoals de volgende tekst van schuldvergeving:

“Moge God je vergeven,

Christus je vernieuwen

en de Geest je doen groeien in liefde.”

Als tweede is er de sociale dimensie. De leden en vrienden zeggen toe om zich in te zetten voor het welzijn van mensen en van de aarde. Dat komt ook tot uiting in de liturgische teksten. Bij de afsluiting van het dagelijkse ochtendgebed wordt gezegd:

“Wij zullen God geen geschenken aanbieden die ons niets kosten.

Wij zullen de vrede zoeken en ons ervoor inzetten.”

Als derde kenmerk is er de aandacht voor heel de schepping, die aansluit bij het Keltische christendom van de vroege tijd van Iona, en die nu weer actueel wordt met de klimaatcrisis. Het land, de zee (rondom het eiland Iona!), de sterren, worden vaak genoemd in de teksten, zoals in deze zegenbede, die ook weer de menselijke verantwoordelijkheid noemt:

“Moge de hemel je zegenen, moge de zon op je schijnen, moge de regen dansen op je laarzen, mogen de sterren maken dat je je verwondert en glimlacht.

Moge de aarde je zegenen, en moge jij de aarde zegenen, door te planten, door protest,

en het delen van voedsel.”

 

Zo is op Iona een oude christelijke traditie weer opnieuw tot leven gekomen en heeft het klooster, net als in de 6e eeuw, een uitstraling die ver voorbij de kusten van het eiland gaat.

A. Bruin

 

 


EEN EXTRA REISGENOOT

De vakantietijd is een periode om de gedachten te richten op andere dingen dan in de rest van het jaar. Levensvragen die andere maanden achterwege blijven, omdat er geen tijd voor is, doen zich zo maar voor bij een glaasje in de avond. De horizon wordt ook al verbreed door het komen in een andere omgeving. Het blijkt dat je toch soms eerst fysiek afstand moet nemen van de eigen omgeving, voordat je ook figuurlijk afstand kunt nemen van de dagelijkse dingen en er ruimte komt voor andere gedachten. Ook de ontmoeting met mensen op de vakantieplaats die u eerder niet kende, kan het horen van andere invalshoeken met zich meebrengen, die het eigen denken stimuleren.

En wie niet van huis gaat, kan toch door het horen van reisverhalen van familieleden, de geest sprongen laten maken naar nieuwe oorden, waardoor de gedachten in beweging worden gezet.

In de Bijbel wordt opvallend veel gereisd. Abraham trekt vanuit het oosten naar Kanaän, het volk Israël verlaat Egypte en zwoegt in de woestijn, mensen in Juda worden verbannen naar Babylonië, Jona gaat via een omweg naar Ninevé, Jezus trekt met zijn leerlingen van Galilea naar Jeruzalem, Paulus legt de afstand af van Jeruzalem naar Rome.

Deze reizen zijn soms vrijwillig, soms als opdracht, dan weer gedwongen. Steeds blijkt er tijdens zo’n reis iets geleerd te worden, worden inzichten in God en wereld verdiept.

In Lucas 24: 13-32 zijn twee leerlingen van Jezus onderweg van Jeruzalem naar het dorp Emmaüs. Ze hebben de drukke stad achter zich gelaten en vinden in de ruimte buiten de stad ook de innerlijke ruimte om te praten over wat ze de laatste tijd hebben meegemaakt, namelijk het sterven van Jezus.

Iemand die zij niet kennen, een andere reiziger op de weg, sluit zich bij hen aan. De vreemdeling stelt hun vragen over hun leven van de afgelopen tijd. In hun antwoord zijn de twee leerlingen openhartig. Ze zijn aan de ene kant diep teleurgesteld door de dood van Jezus. Ze zeggen anderzijds dat ze de hoge hoop hadden, dat Jezus verlossing zou brengen aan Israël (vs. 21). Maar die verlossing hebben zij uiteindelijk niet kunnen waarnemen.

Al pratend groeit er verbondenheid tussen de twee leerlingen en de onbekende. Aangekomen in Emmaüs vragen de leerlingen aan de vreemdeling om de maaltijd bij hen te gebruiken.

De twee leerlingen nodigen de andere reiziger uit, maar aan tafel vindt een omkering van rollen plaats. De vreemdeling deelt het brood uit en geeft het aan de leerlingen.

En zij doen een merkwaardige ontdekking. Dit gebaar kennen zij. Zo deelde Jezus ook!

Het zal toch niet dat… De vreemdeling beantwoordt hun onuitgesproken vragen niet, maar trekt weer verder. De leerlingen blijven achter, verbaasd, verward, uiteindelijk verheugd:

Zo kan Jezus als de Opgestane dus toch weer tussen mensen zijn!

In de vakantietijd kunnen vragen naar voren komen, waar eerder geen gelegenheid voor was. In een andere omgeving kan er soms ruimte komen om de zwaardere kanten van het leven uit te spreken, maar ook de hoop voor het leven onder woorden te brengen. En soms is het nog gemakkelijker om zulke meer gevoelige dingen uit te spreken naar iemand die u niet eerder kende, bij wie geen belemmeringen zijn door een bekend verleden.

Al lopend over de weg of zittend aan tafel kunnen zo maar mooie gesprekken ontstaan in de eigen bekende kring of met onbekenden. En na zo’n gesprek kunt later denken: dit was weldadig, “was ons hart niet brandende in ons?” (Lk. 24: 32). En de gedachte kan opkomen:

Waren wij alleen om de tafel, of was er in ons, naast ons, nog iemand, een extra reisgenoot, de Geest van de Levende Heer Jezus, die ons het goede in het leven gunt, die ons verder wil helpen?

A. Bruin

 


WACHTEN OP DE PINKSTERGEEST

De tijd tussen Hemelvaartsdag en Pinksteren is een vreemde periode.

Op Hemelvaartsdag is gevierd dat het dienende werk van Jezus op aarde bekroond is

met hemelse eer die hem geschonken wordt.

Dat blijft het een poosje stil op aarde, voordat de leerlingen van Jezus weer nieuwe kracht uit de hoge gaan ontvangen, de Geest door Jezus beloofd die hen zal bezielen.

Die 9 dagen tussen beide feesten (in het Latijn: noveen) is in de kerkelijke traditie wel gezien als een periode van bezinning op onze situatie en verwachting van wat de Geest kan gaan bieden.

In haar Pinksteroratorium ‘Aanwezig’ heeft Marijke de Bruijne een lied als Pinksternoveen opgenomen, waarin allerlei beelden uit Bijbel en traditie naar voren komen, die de verwachting opbouwen om naar het Pinksterfeest toe te leven. Ik geef het hieronder weer in de hoop dat het lied ons helpt bij de voorbereiding op Pinksteren. Het lied is te horen op www.kerkliedwiki.nl; in het zoekvak als titel typen ‘Wij wachten op de Geest beloofd’.

1. Wij wachten op de Heilige Geest als wind die waait waarheen zij wil,

die komt en gaat en ons vervult.

Kom Geest van God, waai alles schoon.

2. Wij wachten op de Heilige Geest als krachtig dansend vlammenspel,

dat loutert, reinigt en herschept.

Kom Geest van God en vuur ons aan.

3. Wij wachten op de Heilige Geest als duif die hart en ziel doorstraalt,

wanneer zij zilver in ons daalt.

Kom Geest van God, zo vederlicht.

4. Wij wachten op de Heilige Geest als wijsheid die ons inzicht geeft

in wat er diep in mensen leeft.

Kom Geest van God, geef goede raad.

5. Wij wachten op de Heilige Geest als wolk nabijheid overdag,

een sterrenmantel in de nacht.

Kom Geest van God, wees om ons heen.

6. Wij wachten op de Heilige Geest als taal die mensentalen bindt

tot weg naar onderling begrip.

Kom Geest van God, laat ons verstaan.

7. Wij wachten op de Heilige Geest als Geest die zeven gaven brengt

tot hulp en steun voor onderweg.

Kom Geest van God, breng uw geschenk.

8. Wij wachten op de Heilige Geest als adem van het leven zelf,

die dode stof tot leven wekt.

Kom Geest van God, blaas leven in.

Inleidend en afsluitend refrein:

Wij wachten op de Geest beloofd, de Geest van kennis, hulp en troost.

Kom Geest van God, daal in ons neer.

A. Bruin


DE KERK ALS PLAATS VAN VERHALEN

De kerk zou je kunnen zien als een plaats waar verhalen gedeeld worden, en wel verschillende soorten verhalen.

Er zijn de verhalen uit de Bijbel: verhalen over Mozes en Mirjam, Paulus tijdens zijn reizen. Als kind kun je die al verhalen leren kennen, en er met spanning naar luisteren.

Later kun je gaan ontdekken om wat voor thema’s het in de verhalen gaat: Jakob en Esau met schuld en verzoening, Daniël met het bewaren van de eigen identiteit in den vreemde.

In de kerk worden ook andere verhalen verteld. Mensen vertellen op een gespreksavond of tijdens een pastoraal gesprek stukjes uit hun eigen leven.

Ze vertellen hoe ze door moeilijke perioden in hun leven heen zijn gekomen, Of ze vertellen hoe ze in goede perioden de kracht hadden om heel veel te doen. Of ze vertellen hoe hun geloof zich in de loop van de jaren ontwikkeld heeft, en dat ze nu anders aankijken tegen Bijbel, regels, God, de dood.

In het delen van verhalen kunnen we van elkaar leren. Ik hoor van de ander; en ik vraag me daardoor af: hoe verloopt mijn verhaal?

Beide soorten verhalen staan niet los van elkaar.

In de vragen en verwijten van Job kun je je eigen gedachten herkennen. De bijbelse verhalen brengen ons eigen verhaal in beweging.

Andersom kunnen er situaties in het eigen leven zijn, waardoor je naar soortgelijke bijbelse verhalen gaat zoeken. Zoals familiesituaties die iets weg hebben van de verschillende houding van de zussen Maria en Martha.

Een kenmerk van de bijbelse verhalen is dat ze een zekere openheid hebben. Je hebt als lezer de vrijheid om te kiezen met wie je meeleeft: met Sara of Hagar, Abraham of Ismaël of kies je een neutrale positie aan de zijkant van het verhaal? Of een verhaal kan een open einde hebben. De verloren zoon wordt door zijn vader onthaald. Zal de oudste zoon uiteindelijk de jongere gaan aanvaarden of niet? Dat ligt buiten het verhaal. Het is aan de lezer om over na te denken.

Een menselijk leven van nu heeft ook allerlei open kanten. Diverse kruispunten en split-singen liggen achter je. Maar wat er gebeurde op die momenten, was dat louter toevallig, of hielp God je soms een beetje, of werkte een kwade kracht je tegen?

En hoe ga je verder naar voren? Welke keuzes maak je, door wie laat je je leiden?

Zoals de bijbelse verhalen open zijn, is ook ons levensverhaal open.

De kerkelijke gemeente is een plaats om verhalen te delen, zowel de grote bijbelse verhalen als de kleine persoonlijke verhalen. In de kerk is ruimte om te vertellen over en te luisteren naar verhalen van:

dreiging en redding,

mensen en God,

eenzaamheid en geborgenheid,

onderdrukking en gerechtigheid,

ondergang en opstanding,

strijd en vrede,

droefheid en hoop,

onderweg zijn en thuis komen.

Een kerk is daarom te omschrijven als een verhalengemeenschap, een gemeenschap die leeft vanuit gedeelde verhalen, en die met die verhalen hoop wil geven aan de wereld.

A. Bruin

 


KWETSBAAR NAAR PASEN GAAN

We zijn deze weken onderweg naar Pasen. Hoe kunnen we die tijd beleven?

In de bundel van ‘Een verschil van dag en nacht’ (1984) van Niek (N.A.) Schuman, staat voor de 4e zondag van de veertigdagentijd, dit jaar 31 maart, een tekst n.a.v. II Korinthiërs 4: 6-11:

Midden in de nacht schijnt toch het licht,

het licht van Jezus Messias.

Broos is ons hopen en kwetsbaar ons geloof,

als een aarden kruik, o zo breekbaar.

Maar in onze zwakte voltrekt zich Gods kracht,

zijn wijsheid is het dwaze van het kruis.

Dus raken wij wel vaak in het nauw,

maar het snijdt ons de adem niet af.

Ook zijn wij dikwijls verlegen om raad,

maar radeloos hoeven wij niet te zijn.

Zelfs worden wij soms heel heftig vervolgd,

maar nimmer ten diepste verlaten.

Al slaan de brutalen op aarde ons neer,

wij raken voor God nooit verloren.

Zo dragen wij voelbaar

de dood van de Heer in ons mee,

zo zal ook zijn leven

zich voelbaar in ons openbaren.

Midden in de nacht schijnt toch het licht,

het licht van Jezus Messias.

Kwetsbaar is ons geloof, schrijft Schuman. Ja, en juist in die kwetsbaarheid en zwakheid, zonder eigen sterkte, kunnen we ons gaan verlaten op God en krijgen we deel aan de weg van lijden van Jezus. En vanuit die ontstane verwantschap met de lijdensweg van Jezus, groeit de verwachting dat we zoals Hij van God de kracht zullen krijgen die we nodig hebben.

Niek Schuman overleed afgelopen winter, op 82-jarige leeftijd. Hij was eerder docent Oude Testament en Liturgiek aan de Vrije Universiteit. In de jaren ’70 heeft hij eraan bijgedragen dat de tot dan toe sobere gereformeerde liturgie aansluiting kreeg bij de vormen van de bredere oecumene. Diverse van zijn fijnzinnige teksten vonden later een plaats in het Dienstboek van de Protestantse Kerk (1998). Twee jaar geleden was ik nog bij een gastcollege waarin hij schetste hoe verscheidene aparte psalmen door allerlei draden met elkaar verbonden zijn. In november 2018 verscheen zijn laatste boek over de hoop, hopen door alle kwaad heen. Wij kunnen in het heden alleen maar goed kerk zijn, omdat er mensen zijn, zoals Schuman die de weg gebaand hebben, die zoals hij de liturgie en de taal van de liturgie hebben aangewezen als het kloppend hart van het christelijk geloof.

Zo wordt ons ook helder: Nog in de nacht gaat het licht van Pasen al schijnen.

A. Bruin

 


 

HET HART VAN HET HUIS

In ‘Het Grote Poetsboek’ (2016) geeft Diet Groothuis veel tips op het gebied van schoonmaken in en om het huis. Zij voert o.a. een pleidooi voor klassieke schoonmaakmiddelen als soda, azijn en groene zeep. Met een beperkt aantal van zulke middelen kan volgens haar meer bereikt worden dan met een veelheid aan moderne schoonmaakmiddelen in flessen met kleurige etiketten, die vele malen duurder zijn.

In de inleiding van het boek stelt ze een vraag van een andere orde (p. 20): “Waar zit het hart in het huis? Heeft het huis eigenlijk wel een hart? Zo ja, waarom zit het daar?”

Het hart van het huis is dan de plek, waar het huis leeft en bruist, waar impulsen gaan naar de rest van het huis. Het hart zorgt voor samenhang in het huis, houdt het levend.

In vroegere tijd hadden huizen een vuurplaats: een plek waar het vuur brandde. Dat was een plek van warmte, eten bereiden, licht, gezelschap. Dat was het natuurlijke hart van het huis.

Waar zit het hart in moderne huizen? In de keuken, waar gekookt wordt en het eten bereid wordt? Of is het hart de hangbank of de leesstoel, waar je lekker jezelf bent? Is het de ruimte rond de televisie? Of is het de slaapkamer? Is het de eettafel, waar gegeten en gepraat, gelezen en gelachen wordt. Diethuis neigt naar de eettafel, maar komt er niet helemaal uit voor zichzelf.

Of is de computer het nieuwe hart van het huis, waar u met de hele wereld in contact staat?

Wordt het hart van het huis gevormd door de boekenkast, waar allerlei schrijvers naast elkaar staan en daardoor in zekere zin in gesprek raken, waar ze met hun verhalen en ideeën het leven in huis beïnvloeden?

Of heeft het hart van het huis een wisselende plaats, is het mobiel? Is het daar waar de laptop deze keer staat, waar de smartphone nu toevallig ligt?

Of heeft het huis helemaal geen hart meer?

Er is een verwante vraag te stellen: Heeft een huis een religieus / spiritueel / geestelijk centrum, een heilige plaats? Dat is een plek om je af te stemmen op een religieuze dimensie, om je geestelijk te laten voeden, om in te keren tot jezelf.

Is dat de wand waar familiefoto’s aan de muur hangen? Is het de plank of het tafeltje waar de Bijbel, een bijbelse dagboekje, het Liedboek of gedichtenbundeltjes een plaats hebben gekregen? Is het het foto-album? Of een ikoon aan de muur? Is het de belijdeniskaart? Is het een spreuk of levensmotto op een bordje? Vormen enkele voorwerpen van uw (groot)ouders dat centrum, als verbinding met de familietraditie? Of is de rand van het bed de beste plek van gebed? Of ligt het spirituele centrum net buiten de woning, in de tuin?

Is er wel zo’n religieus centrum in huis? Of ontbreekt een heilige plaats? Is die helemaal niet nodig, omdat u overal kunt geloven?

En valt het religieuze centrum samen met het bovengenoemde (sociale) hart, of zijn het twee aparte polen, die elkaar misschien versterken?

Het lijkt me op z’n minst nuttig om deze vragen te stellen:

Heeft het huis waar ik woon een hart, en heeft het ook een religieus centrum?

Als zo’n plek ontbreekt, heeft het zin om zo’n plek te kiezen, of te creëren?

Kan het inrichten van een heilig plekje helpen om geconcentreerder, bewuster met geloof bezig te zijn?

Tussen het schoonmaken door in diverse vertrekken, zijn zulke gedachten wellicht eens te overdenken.

A. Bruin

 

 


 

TERUGKIJKEN EN VOORUITZIEN

In de maand januari wennen we geleidelijk aan een nieuw jaar. De keukenkalender geeft het nieuwe jaar aan. De nieuwe agenda wordt beschreven.

Toch kan een nieuw jaar ook aarzeling brengen. Het is nog ongewis wat er zal gaan gebeuren, en zal ik dat aan kunnen? Het oude jaar was bekend, maar wat zal dit nieuwe jaar brengen?

Daar kunnen andere overwegingen bij komen. 2018 kan nog dichter bij betere jaren zijn geweest, waar u van hield. In 2019 verwijdert u zich daar nog ver van.

En het is mogelijk dat u al rekening houdt met gebeurtenissen in de loop van 2019, die u liever zou ontwijken, waardoor u maar aarzelend het nieuwe jaar binnenloopt.

Jesaja 43: 18-19 is een kernachtige tekst over terugkijken en vooruitzien:

“Gedenk niet het vroegere,

zie, Ik doe iets nieuws,

nú groeit het op,

herken je het niet?”

Dat is krachtige taal: Denk niet meer aan het vroegere, richt je op het nu, op het nieuwe.

Het is ook in het geheel van de Bijbel opvallend: Gedenken, herinneren, je verbonden weten met het vroegere, is meestal juist iets dat wordt aangeprezen.

Ik heb de indruk, dat Jesaja ook niet het terugdenken zelf verkeerd acht. Maar hij wijst wel op het risico, dat je zozeer hangt aan het verleden, aan wat was en niet terugkomt, dat dat je verhindert om goed zicht te krijgen op wat nú om je heen is en wat je nu zelf kunt doen.

Wij maken in het overzien van een nieuw jaar zelf plannen: wat willen wíj gaan doen.

We houden ook rekening met wat van buiten af op ons af kan komen: kansen die we krijgen, of wat ons door anderen gevraagd kan worden.

We denken aan wat van binnen uit, vanuit ons lichaam, als verzoek kan komen: doe het wat rustiger aan, ga voorzichtiger om met je lichaam.

Jesaja voegt nog een andere laag toe: Scherp je zintuigen, zodat je kunt waarnemen wat Gód rondom je doet.

Jesaja stelt dat God meetrekt een nieuwe tijd in, een nieuw jaar in. Hij is niet alleen aanwezig, Hij doet ook iets. En Hij laat al iets opgroeien, terwijl wij er nog niet eens over nagedacht hebben. God is mensen een paar stappen vóór, loopt vooruit. Terwijl wij nog maar net iets als een probleem herkennen, is God al bezig uitwegen te zoeken.

Als we de blik vooral op het verleden blijven houden, zouden we dat herkennen van de nieuwe mogelijkheden wel eens kunnen missen

De juiste houding in het nieuwe jaar wordt dan: Waar hoor, zie ik iets, dat mij verder helpt - en kan het zijn dat dat mij aangereikt worden door God? En hoe kan ik daar op inspelen?

Huub Oosterhuis heeft Jesaja 43: 18-19 in poëtische vorm omgezet (Liedboek 809):

Blijf niet staren op wat vroeger was,

sta niet stil in het verleden.

Ik, zegt Hij, ga iets nieuws beginnen,

het is al begonnen,

merk je het niet?

A. Bruin