Artikelindex

HERFST

We gaan in oktober (verder) de herfst in. Dat kan als verlies voelen. De zomer is nu toch echt wel voorbij. Het is ’s ochtends en ’s avonds buiten kouder. Dikkere kleding is nodig.

Bladeren gaan van de bomen vallen. De herfst brengt vrijwel onontkoombaar een gevoel van vergankelijkheid met zich mee: de bladeren kleuren bruin en ook mensen worden ouder, verweren en verliezen aan sterkte.

Er is ook een andere kant aan de herfst. Bladeren die nog aan bomen hangen en gevallen bladeren in een bos of in een park kunnen prachtige kleuren hebben: dieprood, paars, geel, goud, koperkleurig, in allerlei variaties en combinaties.

Dagen in de herfst kunnen zacht zijn, met een lagere zon waarvan de stralen mooi invallen.

Het is dan aangenaam weer om buiten te zijn of te wandelen. Een mooi evenwicht voordat straks de kou van winter gaat komen. Voor veel mensen is het voorjaar het mooiste jaargetijde, maar ook de herfst kan zijn charme hebben.

De herfst is ook de tijd van de oogst. De kerkelijke ‘Dankdag voor gewas en arbeid’ valt niet voor niets in het najaar. In de herfst maak je de balans op: Wat heeft het land opgebracht?

En ook: wat heeft dit jaar tot nu toe mij gebracht, wat heb ik ontvangen, wat heb ik bereikt, wat is mislukt, wat waren teleurstellingen?

Als het voorjaar het seizoen is van het maken van plannen, is het najaar het seizoen van het evalueren, het stilstaan, dieper nadenken, mijmeren.

In de Bijbel wordt dat nadenken bevorderd. De vraag is niet alleen: wat heb ík gedaan, wat hebben wíj gedaan. Maar de relatie tot God wordt erbij betrokken. Psalm 103: 2 zegt: “Prijs (zegen) de Heer, mijn ziel, en vergeet niet alles wat Hij volbrengt.” De vraag wordt dan met nadruk: Wat heb ik dit jaar onverwacht, buiten mij zelf om, zomaar ontvangen, van bovenaf, wat heb ik geoogst wat ik zelf niet had gezaaid. En wat heb ik als opdracht van God ervaren om te gaan doen? Wil ik me die dingen te binnen brengen en ze in gedachten houden? Want het gedenken van wat God gedaan hééft schept de verwachting dat Hij er ook in de toekomst zal zijn, sprekend en handelend.

Er wordt in de Bijbel dan ook voorbij het seizoen van het moment gekeken. In Jesaja 40: 7-8 staat: “Het gras verdort, de bloem verwelkt, maar het woord van onze God houdt stand in eeuwigheid.” Daarmee worden de menselijke stemmingen bij het seizoen gerelativeerd.

De bladeren vallen wel, maar daartegen in blijft er het spreken van God tot mensen. We hoeven ons niet mee te laten zuigen in somberheid of neerslachtigheid. Een vertrouwde persoon blijft namelijk bij ons. God trotseert het verval in de natuur en blijft ons zoeken als het donkerder en kouder wordt. Zijn stem blijft dan tot ons klinken: vragend, bemoedigend, corrigerend, toezeggend.

Wandelend op een pad met bladeren in allerlei mooie herfstkleuren kan zo de gedachte opkomen aan het vele gevarieerde en mooie dat God reeds heeft gegeven. Het houdt ook de belofte in zich, dat God ook in de winterse tijd die nadert naast ons wil lopen om als een vriend al sprekend ons hart te verwarmen en ons te begeleiden.

A. Bruin