Artikelindex

HET VERHAAL GAAT…

Op 28 januari overleed de Amsterdamse predikant Nico ter Linden op 81-jarige leeftijd.

Door de scriba van de Protestantse Kerk werd hij na het overlijden betiteld als een ‘ras-verhalenverteller’. Ik herinner me TV-uitzendingen van de NCRV eind jaren ’80, ‘Op verhaal komen in de Wester’, waarin Ter Linden op een kruk gezeten de verhalen van Jakob en Esau vertelde. Hij vertelde ze zó, dat je zelf een plaats vond in het verhaal, dat je getuige werd van de gesprekken tussen Jakob en Esau, dat de verhalen in het heden leken voor te komen. Ter Linden vertelde het verhaal nauwkeurig na, voegde niet allerlei dingen toe, maar stapte soms even buiten het verhaal om van terzijde uitleg te geven, zodat je ging begrijpen wat de thema’s in de verhalen waren.

Het voornaamste werk dat Nico ter Linden nalaat is de zes-delige boekenserie ‘Het verhaal gaat…’ (1996-2003), waarin hij verhalen uit grote delen van de Bijbel navertelt. De serie is wel omschreven als een ‘kinderbijbel voor grote mensen’. De aanpak ligt in het verlengde van de TV-serie ‘Op verhaal komen’. Ter Linden schreef ‘Het verhaal’ niet alleen voor kerkmensen. Hij was zich ervan bewust dat steeds minder mensen bij een kerk hoorden. Maar als mensen niet meer in een kerk de bijbelse verhalen horen, dan dreigt de kennis daarvan verloren te gaan. Als je bijbelverhalen niet meer kent, kun je ook allerlei schilderijen en muziekstukken niet meer verstaan. Verlies van de kennis van bijbelverhalen brengt ook een verlies aan begrip van cultuur met zich mee. Ter Linden schreef de serie ‘Het verhaal gaat…’ daarom ook met de hoop dat buitenkerkelijken deze bewerking van de bijbelverhalen zouden lezen, om zo de christelijke cultuur te bewaren.

In 2016 schreef Nico ter Linden een klein boekje ‘En dan nog dit, wandelen met God’. Het is een terugblik op zijn leven. Hij gaat na hoe zijn geloof zich ontwikkeld heeft in de loop van de tijd. Hij citeert zijn vader die op hoge leeftijd zei: “Vroeger geloofde ik alles. Nu geloof ik nog steeds alles, maar alles anders.” Ter Linden zegt zelf: “Ik leerde het nodige af en ik leerde het nodige bij.” En zegt even later: “Ik houd er welbeschouwd nog steeds een kinderlijk geloof op na… maar het is wel door volwassen vragen heen gegaan” (pag. 9-11).

Ter Linden ziet de waarde van de kerk vooral daarin, dat in een kerk de verhalen van het geloof levend worden gehouden. Met die verhalen beheert de kerk een schat. De kerk is te omschrijven als een ‘vertelgemeenschap’ of ‘verhalengemeenschap’: rondom de bijbel-verhalen ontmoeten mensen elkaar en delen ze elkaars levensverhalen (pag. 67).

Aan het eind van het boekje tast hij vragen over de dood af. Hij citeert de joodse filosoof Martin Buber: “Het echte geloof zegt: ik weet niets van de dood, maar ik weet dat God eeuwigheid is en ik weet ook dat hij mijn God is.” Hij haalt zijn vader aan, die het idee van een oordeel door God nog niet zo gek vond. Dan leg je namelijk verantwoording af. “Dan loop je met God nog een keer door je leven, langs het licht en het donker ervan.” Ter Linden haalt ook de klassieke katholieke uitvaartgezang aan: “Mogen de engelen u naar het paradijs geleiden”, opdat de doden daar met de arme Lazarus zullen verkeren. Ter Linden geeft als commentaar: “Geen hemel zonder verloste bedelaars” (pag. 73-76).

De titel van de serie ‘Het verhaal gaat…’ kan op twee manieren gelezen worden. Als eerste: Het verhaal gaat dat er eens dat en dat plaats vond tussen God en mens. Wat er feitelijk gebeurde is niet meer te achterhalen, maar we hebben de neerslag ervan in de bijbelse verhalen, die gelden als Heilige Schrift en daar kunnen we vandaag nog steeds mee leven.

Als tweede: Het verhaal gaat nog steeds, gaat verder in het heden, we laten het verhaal door ons heen gaan, we leven ermee, we zetten ons voor dat verhaal in, en God stuwt het verhaal verder, maar hoe het zal gaan weten we niet. Dat alles ligt besloten in de drie puntjes aan het eind van de titel, drie puntjes die op de voorkant van elk boek goudkleurig zijn.

Nico ter Linden is van ons heengegaan, maar het verhaal gaat…

A. Bruin