Artikelindex

DE ZIEL OP EEN KIER

De ziel moet altijd op een kier
zodat wanneer de Hemel zoekt
Hij niet te wachten hoeft
of bang is dat hij stoort

en weggaat eer de gastvrouw
de grendel van de voordeur doet -
op zoek naar de volmaakte Gast,
die haar niet meer bezoekt -.

De bovenstaande tekst is een vertaling (van Jan Eikelboom 1996) van het gedicht ‘The soul should always stand ajar’ van de Amerikaanse dichteres Emily Dickinson. Dickinson leefde 1830-1886 in de Verenigde Staten. Ze stamde uit een gereformeerde (puriteinse) familie, maar ging op een eigen onafhankelijke manier met geloof om.

Het gedicht gebruikt een huiselijk beeld om over geloof te spreken. De ziel is als een huis met een deur. Je kunt die deur gesloten houden. Dan ben je veilig in je vertrouwde omgeving met je eigen opvattingen die je niet hoeft te veranderen. Die opvattingen kunnen op godsdienstig gebied inhouden dat je weinig rekening houdt met geloof óf dat je een uitgebreide mening hebt wie God is en wat hij doet en wat hij van mensen verwacht. In beide gevallen is de deur dicht. Er komt niets bij de opvattingen en er gaat niets af. Er is dan geen verkeer tussen de ziel en de hemel.

Je kunt de deur ook op een kier zetten. Want je weet niet wanneer de hemel zich meldt.

En de hemel is, volgens het gedicht, niet een macht die met grote kracht komt, die op de deur bonst en roept om binnengelaten te worden. De hemel is eerder terughoudend, verlegen, bang dat hij stoort. Alleen als de deur al op een kier staat, zal de hemel de deur een stukje verder open duwen en voorzichtig binnen komen.

Als de deur dicht is, zal de hemel niet storen. De hemel zal niets afdwingen en zal dan verder gaan, naar een volgend huis, om te kijken of de deur daar wel open is.

Als de bewoner van het huis zelf een keer de behoefte heeft om een hoge hemelse gast te ontmoeten en de grendel van de deur haalt, dan hoeft die gast helemaal niet in de buurt te zijn. De hemel is namelijk niet op commando beschikbaar.

En als de bewoner meende iemand bij de gesloten deur te zien, en later de grendel van de deur gaat halen, dan kan het zijn dat de hemelse gast al verder getrokken is. Het moment is voorbij gegaan, de kans gemist.

Daarom raadt het gedicht aan, om de deur van het huis van de ziel altijd maar op een kiertje te zetten. Daarmee laat je een verwachtende houding zien. Als de hemelse gast je woning zoekt, dan weet deze zich welkom en kan hij voorzichtig binnenkomen. En dan kan er vervolgens een ontmoeting plaats vinden tussen de ziel en de hemel, kan de ziel zich door de hemel laten aanspreken en inspireren, kan een hemelse geest het aardse huis vervullen.

De deur op een kier houden om, als de hemel zich aandient, deze vreugdevol te begroeten - ik vind het een mooie levenshouding voor elke dag.

A. Bruin