Artikelindex

 

HET KIND VAN KERST DRAGEN

Advent is de tijd van voorbereiding op het Kerstfeest. Of beter: Advent is tijd van verwachting van de geboorte van het Kerstkind. En als het Kerst geworden is, komen we naar het Kind en begroeten het met liederen en een feestelijke sfeer.

We zijn gewend om aan te sluiten bij de herders en de wijzen en Simeon & Hanna. In hun voetspoor komen we van buiten af naar het Kerstfeest. En dan ontmoeten we het Kerstkind. Pas op Kerst komen we erbij.

Kan het anders? Kunnen we in de Adventstijd al bij het Kind zijn?

Er is nog iemand in het evangelie: Maria. Zij is al bij het kind vóór de geboorte. Zij draagt het in zich. Het kind groeit in haar, van dag tot dag. Zij voelt het kind in zich leven en bewegen, tot het moment daar is, dat het ter wereld kan komen.

Het vraagt een gedachtesprong, en voor mannen sterker dan voor vrouwen, maar het is te proberen:

Willen we het Kerstkind al in de Adventstijd in ons dragen? Willen we het ruimte geven, niet naast ons, maar ín ons?

Mag het ons al in de weg zitten bij wat we uit onszelf willen doen, mag het af en toe zwaar in ons wegen, mag het in de Adventstijd al heel wat vragen van ons lichaam en onze geest?

Als het Kind dan in ons begint te leven, onze aandacht vraagt, als het sterker wordt,

duidelijker gaat bewegen, dan zal dat ons vreugde geven:

Ja, er ontkiemt nieuw leven in ons, iets nieuws en nog onbekends zal geboren worden,

en wij mogen er dienstbaar aan zijn. We zijn in verwachting van iets, dat slechts als genade van God ontvangen kan worden.

Het Kind is de belichaming van de woorden van God, woorden over delen van brood en wijn, over barmhartigheid, woorden over vrede op aarde, vrede met God, vrede tussen mensen. Dát kind groeit dan in ons in de adventstijd. In die weken gaat het meer beslag leggen op onze geest en op ons lichaam, op hoe we denken en wat we doen.

We leven toe naar het Kerstfeest, en als het goed is, is het kind in ons juist voldragen op Kerstavond.

 

Op Kerstmis wordt dit Kind dan geboren. De vrede, de hoop, betreedt de werkelijkheid van het leven, het ís nu aanwezig als een feit.

Als dit kind geboren is, beschaamt het ook meteen de bestaande machten. Er komen dan al direct reacties, zoals van koning Herodes, die dit Kind het liefste uit de weg ruimen.

Maar het kind is er, goddank. Het kind is echter nog klein, is zwak, ligt armoedig in een voederbak. Het Woord is pas fluisterend aanwezig, er is slechts een sprankje hoop. Het Kind is enerzijds sterk, draagt de herkomst uit de hemel in zich, maar het is ook o zo teer.

En wij zullen ook na de geboorte nog voor het kind moeten zorgen, het koesteren,

het met veel liefde en zorg moeten omringen, zodat de vrede kan groeien, het Woord anderen in beweging kan zetten, de hoop op kan bloeien.

Wij kunnen niet, zoals de herders, na de geboorte weer vertrekken. We zullen als Maria voor het kind moeten blijven zorgen, zodat het op kan groeien in ons huis, sterk kan worden,

totdat het op zijn beurt voor ons kan gaan zorgen, ons zal bij staan en troosten.

De Adventstijd is niet alleen voorbereiding op de dag van Kerstmis, het is het begin van een heel leven samen met het Kind van Kerst.

A. Bruin