Artikelindex

LANGS DE RAND VAN HET LEVEN

Wie een proces van ziek-zijn mee maakt, kan dat ervaren als het voeren van een strijd: ga ik het winnen of ga ik de nederlaag lijden. Het kan gaan langs de grens van leven en dood.

Belangrijke personen in dat gevecht zijn de artsen en anderen die een operatie uitvoeren.

Bij zulke gevoelens schreef dichter en theoloog Willem Barnard (pseudoniem: Guillaume van der Graft) het gedicht ‘De chirurg’ (1950). Dat is hieronder voor het grootste deel afgedrukt.

Met wit hiëratisch bekleed
en steeds op de rand van rouw
bevecht hij het lot en het leed
en blijft aan het leven trouw.

De priester erkent hij niet
en zeker niet in zichzelf.
Hij schrijdt ook niet als een lied
door het schemerlicht van een gewelf,

hij snijdt als een dissonant
in de duisternis van het lijf,
hij heeft een profetische hand
als die waarvan God zei “Schrijf:

de dood haat ik als een gezwel
en het leed is een carcinoom,
gehoorzaam en schrijf: ik herstel
het leven weer tot mijn droom!”

Wij weten niet wat hij gelooft,
het maakt ook geen verschil,
wanneer hij de mensen verdooft,
hij doet het om Christus’ wil.

De arts, in het wit gekleed, doet de dichter denken aan een priester (hiëratisch = priesterlijk).

Dat is niet verwonderlijk. Een arts probeert het leven van iemand te behouden, en houdt zich zodoende bezig met heilige zaken.

Nu hoeft de arts zichzelf zeker niet als priesterlijk of heilig te beschouwen, en is misschien ook helemaal niet gelovig, maar volgens het gedicht vervult hij toch een priesterlijke rol.

De chirurg is in het gedicht ook als een profeet. Hij of zij doet wat in eerste instantie ongepast lijkt, snijdt in een menselijk lichaam. Maar de bijbelse profeten traden ook op ongebruikelijke wijze op, om een nieuwe toekomst mogelijk te maken. De arts als profeet hoort het woord van God, handelt, en probeert een mensenleven te herstellen.

Nog een stap verder gaat het gedicht. De arts is ook dienstbaar aan Christus. Want Christus werkte genezend onder mensen, en de arts sluit daarbij aan.

Het ziek-zijn kan langs de grens tussen dood en leven gaan. En die strijd wordt niet altijd gewonnen. Maar aan de grens kan wel de ‘droom’ van God, in het gedicht genoemd, voor ogen komen, de droom die meer is dan het biologische leven, de droom van aanvoelen waar het in het leven om gaat, de droom van verzoening met je naasten, met God, met jezelf, de droom van komen tot je bestemming. En God-zij-dank kan een arts door een operatie een mens soms de mogelijkheid geven om daar een langere levenstijd bewust bij stil te staan.  

A. Bruin