Artikelindex

WAAR WE VANDAAN KOMEN EN WAAR WE HEEN GAAN

Voor veel mensen in onze samenleving is het vanzelfsprekend geworden dat zij niet geloven.

Geloof speelt geen rol meer als richtlijn voor hun handelen, voor het bepalen van wat goed of kwaad is, in de opvoeding, bij het bekijken van het wereldnieuws. Vaak accepteren ze dat als gegeven. En ze proberen vervolgens hun leven zo goed mogelijk zelf in te vullen.

Dat is echter een flinke opgave. Als er geen absolute instantie meer is, die je zegt wat goed en kwaad is, hoe maak je dan als mens zelf de keuzes?

Als een mens geen opdracht in het leven heeft, hoe krijgt dat leven dan waarde?

Als er voor de samenleving, politiek en wereld geen visioen meer is, welke richting moet men dan uitkoersen, of is er helemaal geen richting meer te bepalen?

Het risico is dat de hoofdlijn voor het eigen handelen datgene wordt waar je zelf of jouw groep beter van wordt. Wat het dichtste bij is telt het zwaarste.

Als mensen zich benadeeld voelen door personen of instanties kan de boosheid zich snel ongecontroleerd ontwikkelen tot haat en wraak, indien er geen derde hogere persoon is aan wie je verantwoordelijkheid verschuldigd bent.

Ongelukken in de eigen leefsfeer en rampen in de samenleving moet je zelf incasseren, want tot een hogere macht kun je je dan niet meer wenden. Het risico is dat mensen ver omlaag vallen in verdriet, als er geen uiteindelijke Persoon is om in vertrouwen te nemen.

Als de hemel leeg is, dan moet een mens veel zelf doen.

Christelijk geloof leeft van een ander verhaal.

Mensen zijn er niet toevallig. Ze komen voort uit een God, die voor hen wil zijn als een liefhebbende ouder. In die liefde ligt hun oorsprong. Ze zijn geschapen, met binnen bepaalde grenzen eigen unieke mogelijkheden. Ze mogen zichzelf ontwikkelen en hebben tegelijk de roeping de aarde te beheren en medemensen te behoeden.

Dat verhaal heeft een midden: het leven van Jezus, de Messias. Mensen leren daarin dat ze fouten maken, dat ze niet perfect zijn, al eist onze samenleving dat voortdurend. Het belijden van schuld kan bevrijdend zijn. Verzoening wordt aangereikt (Goede Vrijdag). Een mens wordt geaccepteerd ondanks zijn falen, en krijgt nieuwe kansen.

Dat midden van het verhaal benadrukt ook de dood. Maar de dood is door te komen, is doorgang tot het uiteindelijke Licht. Zo is met deze Gezalfde duidelijk geworden (Pasen). De dood hoeft dus niet zover mogelijk weggestopt te worden, zoals in onze tijd gebruikelijk is.

Het eindpunt van het verhaal schetst een bestemming van de wereld, een stad waar mensen uit allerlei volken en bevolkingsgroepen samen komen, waar vijanden vrienden zijn geworden, waar goddelijke wijsheid als een rivier stroomt en allen te drinken geeft.

Tijdens de weg van elk mensenleven van oorsprong via midden naar einddoel is er de relatie met een God, die is als een vriend, een bondgenoot. Bij wie advies en moed te vinden is. Christelijk geloof vertelt daarmee een compleet verhaal, waar je vandaan komt en waar je heen gaat.

Ook gelovigen kunnen geschokt worden door wat met hen zelf of in de wereld gebeurt, zeker, maar je bent niet overgeleverd aan de nieuwsfeiten of aan je eigen denken.

Er is meer te zeggen, een ander verhaal. Je bent niet alleen, je leeft niet voor je zelf. Alle kleine waardevolle dingen die je doet voor anderen dragen bij aan Gods uiteindelijke wereld.

In lied 513: 4 in het Liedboek schrijft de dichter Jan Wit kernachtig en veelzeggend:

God staat aan het begin

en Hij komt aan het einde.

Zijn woord is van het zijnde

oorsprong en doel en zin.

A. Bruin