Artikelindex

VOORJAAR

Een nieuw jaar begint in onze cultuur op 1 januari, maar diverse andere tradities laten een nieuw jaar aanvangen in het voorjaar.

Daar is veel voor te zeggen. Als bomen groener worden, struiken uit gaan lopen, knoppen open gaan en de zon sterker gaat schijnen, ontstaat er een algemeen gevoel, dat een nieuw seizoen, ja een nieuw jaar gaat beginnen. Het zonlicht wekt energie in ons op, de natuur die in beweging komt trekt ons mee. Mensen worden actief in de tuin en op de fiets.

Het nieuwe leven rondom ons roept een gevoel van ontzag en vrolijkheid op, dat zich kan verdichten tot dankbaarheid: wat een goedheid ontvang ik, wie ben ik dat ik dit mag meemaken.

De zanger en cabaretier Maarten van Roozendaal (1962-2013) verwoordt dit in het lied ‘Mooi’ (2005, te beluisteren op YouTube) als volgt:

Ach zie de lammeren nou toch lurken
aan hun vers geschoren moeders
en hoe de jonge zwanen
donzen in de zachte sloot
en hoe de zwoele wind de wolken waait
tot pas gewassen luchten.

Ach ik ben Goddank
dus nog een keer
een jonge lente waard.

En zie de irissen nou toch pronken

met hun stampers als koralen.

Dit is zo mooi.
Het is om te janken zo mooi.
Mooi, om te janken zo mooi

En nu de wingerd zich wellustig
en het onkruid onbezonnen
en ik mezelf aftel
van volwassen naar bejaard

wordt het groener dan het groen was
nu ik grijzer dan ik grijs ben.

Ach ik ben Goddank
dus nog een keer
een jonge lente waard.

Je kunt het ‘Goddank’ in dit lied opvatten als een algemene uitdrukking van een gevoel van geluk. Je kunt de term ook letterlijk nemen: Ik heb er geen rechten op en ik ben kwetsbaar, maar dank aan God, dat ik dit voorjaar weer mee kan maken, dat ik kan genieten van licht en warmte, van de schepping die opbloeit.

En God is te danken om de kracht die we in eigen lichaam op voelen komen, de mogelijk-heden die we krijgen om een rol op ons te nemen in de schepping, om goed te doen aan mens en dier en groen.

A. Bruin