Artikelindex

DE WERELD VAN OUDE JEUGDBOEKEN

Onlangs las ik twee oude jeugdboeken van de protestants-christelijke schrijver W.G. van de Hulst: ‘Ouwe Bram’ (1909) voor kinderen van een jaar of 11 en ‘Het wegje in het koren’ (1929) voor jongere kinderen. Bij lezing wordt duidelijk hoeveel er veranderd is in 100 jaar. In de boeken van Van de Hulst was er nog een overzichtelijke wereld. De verhaalfiguren leven in een klein dorp, waar iedereen elkaar kent. De centrale personen in het dorp zijn de politie-agent, de burgemeester en de dominee. Deze drie bewaken de goede zeden en de orde in het dorp. Kinderen en jongeren beleven spannende avonturen (Van de Hulst kan zeker goed vertellen), halen kattenkwaad uit, maar worden door ouders en de gezagsdragers op het rechte spoor gebracht. Kenmerkend is dat in ‘Het wegje in het koren’ wel vijf keer aan een meisje gevraagd wordt of ze een ‘lief en gehoorzaam meisje’ is geweest. En nadat ze iets verkeerds heeft gedaan belooft ze dat ze het ‘nooit, nooit meer’ zal doen.

We zijn nu 100 jaar verder. Er is geen stilstaande algemene orde meer in een plaatselijke samenleving, waar kinderen in worden ingeleid. Kinderen leven nu in een beweeglijke wereld en worden aangespoord om zelf dingen te ontdekken, grenzen te verleggen, voorkeuren te ontwikkelen, een eigen positie in te nemen. Je kunt naar het dorp van Van de Hulst kijken met nostalgie of met een zucht dat dat er nu wel heel ouderwets uitziet, maar hoe dan ook, die tijd is voorbij.

Enkele dingen troffen me bij het lezen. 1) In ‘Ouwe Bram’ krijgt een jongen een gulden van een dief, op voorwaarde dat hij zijn mond houdt over de diefstal van de ander. De jongen voelt de gulden vervolgens branden in zijn zak. Hij krijgt een schuldgevoel, kan daar niet mee leven, en biecht het verkeerde op. Ik zie in onze tijd politici en inhakken op tegenstanders zonder een moment eigen falen te willen erkennen. En ik zie mensen die onrechtmatig miljoenen naar zich toe halen met een fraai verhaal hun overtreding wegpraten. Iets meer van dat schuldgevoel van Van de Hulst zou weldadig zijn in onze samenleving.

2) De echte veranderingen bij de hoofdpersonen vinden plaats in het gebed. De kinderen bidden aan het eind van de dag geknield bij hun bed, overdenken de dag, erkennen hun fouten, vragen vergeving, zeggen toe God beter te willen dienen en maken dan nieuwe keuzes. Ouwe Bram die steeds zo haatdragend was tegenover de jongens in het dorp maakt aan het eind van zijn leven een ommekeer mee, en als hij sterft staat er: “Een wonder-heerlijke vrede daalde in Brams hart, als legde nu de Heiland zelf zijn hand op het hoofd

van de oude.” Ik denk dat het nog steeds een groot verschil maakt, of je je bij je daden verantwoordelijk weet tegenover iemand boven je, iemand die je kunt vertrouwen; of dat een mens alles op eigen kracht moet doen, geen richting van hogerhand ontvangt, met het risico dat eigen belang het hoogste goed wordt.

3) In ‘Het wegje in het koren’ vertrappen de meisjes Toos en Tineke onbewust het koren waar ze door heen lopen. De verteller schrijft: “En de arme aren bukken, en knakken,

en kunnen niet meer opstaan… o, dat mooie koren.” Als Toos thuisgekomen is, zegt

de grootvader tegen haar: “Je mag ook niet in het koren lopen. Dat mooie koren hebben

de mensen van God gekregen.” Ik lees berichten over grootschalige olievervuiling in Nigeria, over personen die beweren dat klimaatverandering helemaal bestaat, ondanks alle tekenen. Wat meer van de eerbied van Van de Hulst voor de schepping zou de wereld ten goede komen.

De boeken van W.G. van de Hulst zijn in allerlei opzichten gedateerd, die wereld is voorbij.

Maar sommige van de eenvoudige waarden in die boeken kun je tijdloos noemen. Ze wijzen kinderen, volwassenen en een samenleving een weg naar een goed en eerlijk leven met elkaar. Het zijn boeken uit het verleden, maar ze tekenen toch ook de contouren van een rechtvaardige toekomst, van Gods toekomst.

A. Bruin.