Artikelindex

 

 

MEDITATIE:  ‘RUSTELOOS IS ONS HART’

Een veel gehoorde klacht van mensen is dat ze het druk hebben. Druk op het werk, waar in minder tijd meer moet gebeuren. Druk met zorg voor anderen: kinderen, kleinkinderen of ouders. Druk met hobby’s, want er zijn zoveel leuke dingen naast elkaar te doen. Er is een vermoeidheid door de vele prikkels die binnen komen: nieuws via radio en TV. Er is gezucht over de vele e-mails die toch even gelezen moeten worden en soms beantwoord. Die druk op allerlei gebied zal de komende jaren waarschijnlijk alleen maar toenemen. Mensen klagen: ‘ik kom aan mezelf niet meer toe’.

Je kunt de ontwikkelingen maar gewoon laten gebeuren, en proberen er zo goed en zo kwaad als het gaat mee om te gaan.

Een andere manier is om te proberen de druk en de prikkels te verminderen. Dat betekent keuzes maken. Sommige e-mail-nieuwsbrieven opzeggen, de TV vaker uitlaten, niet álles doen wat je leuk lijkt hoeveel moeite dat ook kost.

Het resultaat kan zijn, dat u minder informatie ontvangt, maar dat u bij het overblijvende dat u leest en hoort wel meer betrokken bent. En dat u meer aandacht kunt schenken aan wat en aan wie u echt na aan het hart staan.

Het christelijk geloof is vanouds kritisch t.o.v. de vele verleidingen, machten, goden die aan mensen trekken en hen beïnvloeden. Het gaat er immers in het geloof om, dat een mens zich in vrijheid kan ontwikkelen tot een eigen uniek beeld van God.

Het gevoel dat een mens rusteloos zich allerlei kanten uit beweegt is niet nieuw.     

Rond het jaar 400 had Augustinus, levend in Noord-Afrika een hele zwerftocht achter de rug.

Met veel had hij zich bezig gehouden, maar het had hem niet gebracht wat hij hoopte.

Geleidelijk is het christelijk geloof meer voor hem gaan betekenen en hij heeft ervoor gekozen om zijn leven voortaan te beginnen vanuit God. In de omgang met Hem vindt hij rust en vreugde. Vanuit die basis zal hij wel veel dingen gaan doen, maar hij zal niet meer heen en weer geslingerd worden. Hij heeft nu een middelpunt van rust. Aan het begin van zijn levensbeschrijving, zijn weg tot geloof, de Belijdenissen schrijft hij in gebedsvorm tot God:

Gij zet de mens ertoe aan

om er vreugde in te vinden U te loven,

want Gij hebt ons gemaakt naar U toe

en rusteloos blijft ons hart,

totdat het rust vindt in U.

Een mens blijft in zijn visie zwerven, tot hij uiteindelijk terugkomt bij zijn Schepper.

Is het overigens wel zo, dat een mens in het geloof rust vindt? In een bepaald opzicht niet. Geloven laat je met andere ogen naar de wereld kijken. Je signaleert waar dingen mis zijn. Dat maakt je verdrietig of boos. Geloven zet je in beweging om je in te zetten om situaties te verbeteren. Door het geloven kun je je ook inzetten voor een kerk, als plaats om je geloofsbeleving te delen. In die zin leidt geloof juist tot activiteit. Maar geloof verlost je wel van onrust, van rusteloosheid. Er is Iemand in het midden die je leven draagt en bijeenhoudt. Op dat diepe niveau leidt geloof wel degelijk tot rust, rust voor de ziel, midden in activiteiten.

We kunnen rust zoeken door het aantal prikkels dat op ons afkomt te verminderen. Nog sterker kunnen we rust zoeken door God een plaats in het midden van ons leven te gunnen.

Meer rust vinden. Een goed voornemen voor het nieuwe jaar?

A. Bruin