Artikelindex

MEDITATIE: DE KLEUREN VAN KERST

Versiering voor de kersttijd is in vele kleuren voorradig. U kunt een kerstboom volhangen met alleen paarse ballen of licht blauwe, mat of glanzend, met of zonder glitters. Of er is een combinatie te maken van allerlei kleuren. Winkels prijzen hun ‘kersttrends’ aan van dit jaar.

Vanouds zijn er drie kleuren met een inhoudelijke betekenis: groen, wit/goud en rood.

Er zijn de groene takken van o.a. de spar/dennenboom, de ‘Kerstboom’. Al in de voor-christelijke tijd maakten mensen kransen van altijd-groene takken, die ze aan hun huis of in huis hingen. Deze takken verduurden de winterkoude en waren zo symbool van leven dat blíjft, ondanks het donker en de kou van de winter. Ze gaven hoop op een breder ontluiken van leven in het voorjaar.

Met de komst van het christendom kregen de groene takken een andere betekenis.

Het groen ging verwijzen naar Christus. Hij is de Levende en hij schenkt nieuw leven aan wie met Hem verbonden wil zijn. Groene takken gaan zodoende verwijzen naar het onsterfelijke, eeuwige leven, dat in Christus te vinden is.

De kleur van de liturgische kleden in de kerk is op Kerst wit (of goud). Wit is de algemene kleur van feest in de kerk. Op Kerst is wit ook te verbinden met het licht dat de engelen in de Kerstnacht omstraalt en dat hun boodschap van de geboren Messias extra glans geeft.

De datum van het Kerstfeest is gekozen met het oog op de winterzonnewende. Vanaf dat moment worden de dagen weer langer. De kerk van de eerste eeuwen heeft bedacht: Het ware licht dat mensen en de schepping kracht geeft, is Christus. Dat licht overtreft het toenemende natuurlijke licht vanaf de zonnewende. Men zag de tekst in Maleachi 3: 20 over het opgaan van de zon van gerechtigheid als een voorzegging van de komst van Christus. En de uitspraak in Johannes 8: 12 / 9: 5 over Christus als licht voor de wereld kreeg zeggingskracht voor het Kerstfeest in de decembermaand.

Kaarsen in de kerk weerspiegelen het ene Licht dat gekomen is. En kaarsen in eigen huis zijn weer te zien als afgeleiden van de kaarsen van de liturgie. Zo krijgen ze meer betekenis dan alleen het scheppen van sfeer.

Het wit van kleden en kaarsen in de kerk op Kerst is nog maar een begin. Alle wit in de kerk krijgt zijn betekenis vanuit het Paasfeest, wanneer de kleur voluit wit/goud is. Dan blijkt pas de waarde van het verschenen hemels Licht, dat zijn gang op aarde is gegaan, door de dood heen, en dan straalt in heerlijkheid. Het wit op Kerst wijst dus al vooruit naar Pasen.

Er is nog een andere kleur op het Kerstfeest: het rood van de bessen van de hulst, dat een plaats kan krijgen in kerststukjes. Rood verwijst algemeen al naar bloed.

In de christelijke traditie wordt dan een link gelegd met het sterven van Christus, zijn bloed dat vloeide op Goede Vrijdag. En op Goede Vrijdag is rood een mogelijke liturgische kleur.  De stekelige bladeren van de hulst zijn te verbinden met de doornenkroon van Christus.

Diverse Kerstliederen trekken de lijn ook door naar Goede Vrijdag. Een lied als ‘Komt, verwondert u hier, mensen’ (LB 478) loopt uit op “maak mij blijde door uw lijden, maak mij levend door uw dood”.

Rood kan als kleur van de liturgische kleden al op twee dagen vlak na Kerst gebruikt worden:  28 December is gedenkdag van de kindermoord in Bethlehem. Nog ouder, en los van het Kerstfeest, is 26 december gedenkdag van de steniging van Stefanus.

Zo vertellen de kleuren groen, rood en wit een verhaal: Over nieuw blijvend leven dat komt tussen mensen (groen), dat door het lijden heen gaat (rood), en zo overwinning brengt (wit).

U kunt best variëren in de kleuren bij de aankleding van het huis of meedoen met kerst-trends. Maar het lijkt mij goed om bovenstaande drie kleuren ook een plaats te geven.

Daarmee kan het kerstfeest in kerk en huis aan diepte winnen.

A. Bruin