Artikelindex

 

 

LAATSTE WOORDEN

Dit jaar is herdacht, dat de Zwitserse theoloog Karl Barth 50 jaar geleden overleed, op 10 december 1968. Eind september werd aan de Vrije Universiteit in Amsterdam het ‘Barth jaar’ afgesloten.

Karl Barth is bekend van zijn kerkelijk verzet tegen het nazi-regiem in de jaren ’30. In de jaren ’50 ging hij niet vanzelfsprekend mee in het Koude Oorlogsdenken, en probeerde contacten te houden met de kerken in Oost-Europa. Op theologisch gebied keerde hij zich in de jaren ’20 krachtig tegen het vrijzinnige protestantse denken, waarin hij was opgegroeid.

Steeds ging Barth zijn eigenzinnige weg. Hij wilde zich noch kerkelijk, noch politiek vast in laten delen bij links of rechts.

Zijn eigen luisteren naar de Bijbel werkte hij in de loop van de jaren zorgvuldig uit in een geloofsleer van vele delen en meer dan 9000 pagina’s. En daarmee was deze ‘Kirchliche Dogmatik’ nog niet eens klaar gekomen!

Barth was serieus, maar ook iemand met veel humor. Hij kon zijn eigen werk sterk relativeren. Zo stelde hij:

“In de hemel zullen we alles wat nodig is weten, en geen papier meer hoeven te beschrijven en te lezen… Ik zal dan ook de Kirchliche Dogmatik over wier groei de engelen zich al lang verwonderd hebben, als oud papier ergens op een zolder in de hemel mogen deponeren.”

En over de elf baretten die hij bij zijn eredoctoraten had ontvangen, zei hij: “Ik zal ze beslist in de hemel allemaal aan de garderobe moeten afgeven.”

 

In het najaar van 1968 werd Barth een paar maal geïnterviewd voor de Zwitserse radio.

Hij keek, inmiddels 82 jaar, terug op zijn leven. Waar ging het hem uiteindelijk in het geloof om, wat was de kern? Barth zei:

“Het laatste woord dat ik als theoloog en ook als politicus te zeggen heb, is geen begrip zoals ‘genade’, maar een naam: Jezus Christus. Hij is de genade, en hij is het laatste….

Wij kunnen hem niet ‘vangen’. Maar wij hebben met hem te maken.

Wat ik in mijn lange leven geprobeerd heb was steeds meer deze naam hoog te heffen

en te zeggen: daar! Daar is dan ook de genade. Daar is ook de stimulans tot werken,

tot strijden, ook de drang tot gemeenschap, tot de medemens. Daar is alles wat ik in mijn leven in zwakheid en in dwaasheid geprobeerd heb. Maar daar is het.”

Barth erkent: Je kunt over God en geloof veel zeggen en schrijven. Het gaat uiteindelijk niet om die menselijke theorie, de boeken. Het geloof is geen systeem, geen leer.

Het geloof is iets persoonlijks. We ontmoeten God in de bijbelse verhalen, en toegespitst in wat verteld wordt over Jezus Christus. Daar komt een unieke stem naar ons toe, daar worden we aangesproken, daar worden we de wereld in gestuurd. En zelfs 9000 pagina’s zijn nog te weinig om aan de volheid van de genade van Christus recht te doen.

Op 9 december 1968, de avond vóór zijn overlijden, voerde Barth een telefoongesprek met zijn levenslange vriend, Eduard Thurneysen. Ze bespraken de sombere wereldsituatie van dat moment. De oorlog in Vietnam was gaande, de ‘Praags lente’ was gesmoord. Maar Barth stelde “Maar toch de moed niet opgeven. Nooit. Want - er wordt geregeerd!”

De volgende ochtend ontdekte zijn vrouw dat hij in zijn slaap ongemerkt was overleden.  

Barth vatte die laatste maanden de betekenis die het christelijk geloof voor hem had samen.

Voor de individuele mens is Christus het laatste. Op Hem kun je tot het einde vertrouwen.

Ook t.a.v. de wereld hoeven we de moed niet op te geven. Want ondanks somberheid van het nieuws, wordt er ook gehandeld en geregeerd vanuit de hemel.

A. Bruin