VRIENDSCHAP

In de Bijbel en breder in het christelijk geloof komen allerlei omschrijvingen en beelden van God voor: Schepper, Vader (of Moeder), herder, koning, Vaak is er dan een verschil in positie tussen God en mens. God staat hoog en een mens staat lager.

In Exodus 33 heeft Mozes de tent van samenkomst, het heiligdom, neergezet buiten het legerkamp van de Israëlieten, na de crisis rond het gouden kalf. Een wolk daalt neer op de tent. En dan staat er in vers 11: “De Heer sprak tot Mozes van aangezicht tot aangezicht.”

Een gesprek van aangezicht tot aangezicht, is een gesprek waarbij de twee gespreks-partners elkaars gezichten zien, ze niet alleen de woorden van de ander horen, maar ook de bewegingen in het gelaat waarnemen, en de gevoelens erachter bespeuren. Zo’n gesprek is vertrouwelijk van aard.

De bijbeltekst vervolgt: “De Heer sprak tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals iemand spreekt met zijn naaste.” Het woordje ‘naaste’ kan ook vertaald worden als kameraad, vriend, of in bredere zin als volksgenoot of medemens.

Vanwege de eerdere vertrouwelijkheid in ‘van aangezicht tot aangezicht’ lijkt mij ‘vriend’ een passende vertaling (zo vertalen Statenvertaling, NGB 1951, Herziene Statenvertaling).

God en Mozes worden dus ‘vrienden’ van elkaar genoemd. Ze staan voor hetzelfde, ze werken samen, ze zijn bondgenoten. Er blijft wel verschil in hoog en laag, maar de onderlinge verbondenheid staat voorop.

God als je Vriend: ik vind dat een mooi beeld. Goede vrienden staan voor elkaar in. Tegen een vriend of vriendin kun je eerlijk zeggen wat je van binnen voelt, zonder dat deze het verkeerd zal gebruiken. Op een vriend of vriendin kun je terugvallen, je kunt hem of haar vertrouwen. Als je dan God als sterke Vriend hebt, zegt dat veel.

Huub Oosterhuis omschrijft in zijn psalmenbewerking ‘150 Psalmen vrij’ (2011) aan het begin van Psalm 107 en 118 God als: ‘Vriend voor het leven’. Oftewel: deze God, die van Abraham, Isaäk en Jakob, wil met mensen meegaan, hun leven lang.

Mensen hebben soms een vriendin of vriend vanaf de opleiding of zelfs de lagere school.

Je hebt dan veel samen meegemaakt, de ander kan je goed aanvoelen. Zo’n vriendschap is veel waard. In overtreffende trap is God die met mensen meetrekt, vanaf de doop of vanaf de moederschoot (Psalm 139) ook een: ‘Vriend voor het leven’.

De vertaling van Oosterhuis in Psalm 107 en 118 gaat terug op wat in de Statenvertaling wordt beschreven als ‘zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid’. Die goedertierenheid houdt ook in: actief opkomen voor elkaar, weldadigheid doen. En dan ligt het woordje ‘vriendschap’ dichtbij. Pieter Oussoren vertaalt in de Naardense Bijbel die goedertierenheid dan ook consequent met ‘vriendschap’.

Het woordje ‘eeuwigheid’ uit Psalm 107 en 118 is door Oosterhuis teruggebracht naar menselijke maat: Vriend ‘voor het leven’, voor heel het leven, dat is royaal genoeg.

De theoloog H.M. Kuitert heeft eens een mooie omschrijving gemaakt voor de langdurige band tussen mensen en God, waarin hij een stukje verder gaat:

“Vriendschap met de Eeuwige

is eeuwige vriendschap.”

Oftewel: De verbondenheid met deze bijzondere God, is een vriendschap van eeuwige kwaliteit, die ook in tijd eeuwig duurt, nog voorbij onze levenstijd.

God, niet alleen als de Heilige, maar ook als Vriend voor heel het leven, en verder,

ik reik het graag aan als beeld om in gedachten te houden.

A. Bruin