MET LUTHER IN DE OCHTEND EN DE AVOND

De meditatie van deze maand past binnen het kader van de herdenking van 500 jaar Reformatie, 1517-2017. In 1529 stelde Luther een klein boekje samen, ‘Kleine Catechismus’. Daarin zette hij een aantal hoofdzaken van het geloof uiteen, o.a. uitleg van de Tien Geboden en van het Onze Vader. Het boekje was maar klein. Luther wilde vooral wat steun in het geloven aanreiken. Hieronder zijn de ‘ochtendzegen’ en de ‘avondzegen’ afgedrukt.

’s Morgen bij het opstaan zul je zeggen:

“In de naam van God, Vader, Zoon en Heilige Geest. Amen.”

Daarna zeg je geknield of staand het Geloof en het Onze Vader op.

Als je wilt, kun je dit gebed erbij zeggen:

“Ik dank U, mijn hemelse Vader, door Jezus Christus, uw lieve Zoon,

dat U mij deze nacht voor alle schade en gevaar hebt behoed,

en ik bid U, dat U mij deze dag ook wilt behoeden voor zonden en alle kwaad,

opdat alles wat ik doe en heel mijn leven U behagen mag.

Want ik beveel mijzelf, mijn lichaam en mijn ziel, en alles, in uw handen.

Laat uw heilige engel bij mij zijn, zodat de boze vijand geen macht over mij krijgt. Amen.”

En dan vrolijk aan het werk en een lied gezongen, zoals dat van de Tien Geboden

of wat verder bij je opkomt.

’s Avonds bij het naar bed gaan zul je zeggen:

“In de naam van God, Vader, Zoon en Heilige Geest. Amen.”

Daarna zeg je geknield of staand het Geloof en het Onze Vader op.

Als je wilt, kun je dit gebed erbij zeggen:

“Ik dank U, mijn hemelse Vader, door Jezus Christus, uw lieve Zoon,

dat U mij deze dag genadig hebt behoed,

en ik bid U, wil mij al mijn zonde, alles waarin ik verkeerd gedaan heb, vergeven

en mij deze nacht genadig behoeden.

Want ik beveel mijzelf, mijn lichaam en mijn ziel, en alles, in uw handen.

Laat uw heilige engel bij mij zijn, zodat de boze vijand geen macht over mij krijgt. Amen.”

En dan vlug en vrolijk gaan slapen.

De twee gebeden zijn gedeeltelijk gelijk. Beide beginnen met een zegenbede, “In de naam van God, Vader, Zoon en Heilige Geest.” Aan deze God vertrouw je je toe. Luther adviseert om bij de woorden een kruisteken te maken. Het teken versterkt de woorden. Getekend met het kruis over je lichaam ga je de dag of de nacht in.

Het eigenlijke gebed begint met een dankzegging. Het eerste wat voor de hand ligt in contact met God is om te bedenken wat je ontvangen hebt, hoe je bewaard bent gebleven, ook als het voorbije deel van de dag zwaar is geweest.

In de avond is er een gebed om vergeving, om vrij te worden van wat verkeerd is gegaan.

Daarna wordt er vooruitgekeken: een bede om behoed te worden in de tijd die zal komen.

En ’s ochtend de bede om in al wat je doet, ja in heel je levenswijze, je zo op te stellen, dat je God een plezier doet. In een enkele regel wordt zo de richting gewezen voor de hele dag.

Aan het eind van het gebed is er een toevertrouwen aan God. Met de verwachting dat je er in de dag of de nacht niet alleen voor staat, dat God zal zorgen voor een engel die bij je is.

Aan het slot is er de overgang naar de praktijk. In de ochtend kun je vanuit het vertrouwen van het voortgaande gebed vrolijk aan het werk. De vrolijkheid kenmerkt de christen! Het afsluitende lied van het ochtendgebed kan tijdens het werk nog in je hoofd weerklinken.

En ook in de avond kun je vrolijk gaan slapen, wetend van Gods zorg over je. Ga maar vlug slapen, zegt Luther. Piekeren helpt niet, en een engel is bij je. Morgen wacht een nieuwe dag om vrolijk God te dienen.

A. Bruin