HET VERLANGEN NAAR EEN WITTE KERST

“Is er dit jaar kans op een Witte Kerst” wordt vanaf half december gevraagd aan weervrouwen en -mannen. Die kans is maar klein volgens de gemiddelde cijfers. Toch voegt een witte Kerst voor het gevoel van veel mensen iets toe aan de Kerstdagen. Op een groot aantal Kerstkaarten ligt er een dikke laag sneeuw op daken van huizen en takken van bomen. Waarom vinden we een witte Kerst zo mooi? Is het alleen een romantisch gevoel: witte heldere sneeuw in het donkerste deel van het jaar?

Ik vermoed dat er meer meespeelt. Als u ’s morgens de gordijnen opentrekt, en u ziet tot uw verbazing dat de hele straat bedekt is met een flinke laag sneeuw, die er de avond ervoor nog niet was, en er zijn nog geen sporen van auto- of fietsbanden, dan is dat een fascinerend schouwspel,

Het is de bekende wereld van gisteren en toch is alles anders, alsof er van hogerhand een toverstaf overheen gehaald is.

Het gewone alledaagse, het stof, onkruid, restjes afval, ze zijn bedekt met een witte laag. Het viezige is toegedekt met smetteloos ongerept wit. De wereld is als herboren, het oude is nieuw geworden. Wat gisteren nog onmogelijk leek, is geschied. Er heeft een wonder plaats gevonden.

 

Zo’n sneeuwdek waarnemen sluit aan bij andere verlangens die we al hadden.

Zoals witte sneeuw vuil op straat bedekt, zo zou het vuile, verkeerde in de samenleving ook bedekt moeten worden door een nieuwe frisse laag, die een nieuwe toekomst mogelijk maakt.

Zoals sneeuw een brede egale deken over tuintegels en stoepstenen spreidt, zo zouden de breuklijnen en spanningen tussen mensen bedekt moeten worden door een nieuwe verzoenende laag. De sneeuw roept de wens op van een nieuwe heelheid tussen mensen.

Zoals sneeuw het vieze en rommelige, bedekt, zo zouden ook bij een individuele mens de eigen fouten, het verleden toegedekt moeten worden. Dan komt er de gelegenheid om opnieuw, blanco te beginnen. De dichter Willem Barnard eindigt het gedicht ‘Te wit om door te gaan’, dat gaat over vallende sneeuw, met de volgende twee regels:

“er ligt vergeving op de daken.

er is een toekomst buiten mij.”

De sneeuw wordt in het gedicht beeld van vergeving: het verleden is bedekt, een kracht buiten mij maakt een nieuwe toekomst mogelijk.

Een wit wonderland is dus niet alleen een mooi plaatje buiten. Het is een zichtbare bevestiging dat ook in het leven van een mens een nieuw begin mogelijk is.

Het beeld van de pasgevallen sneeuw is inhoudelijk te verbinden met het Kerstevangelie. Want de Messias wordt geboren om een nieuw leven op aarde in te luiden. Hij zal mensen samenbrengen, verzoenen, heelheid brengen. Hij zal tot mensen zeggen: je zonden worden je vergeven, je mag een nieuw mens worden, een nieuwe schone wereld ligt voor je.

Dat gebeurt in de evangelieverhalen en ook in ons leven meestal niet in één keer. Er zijn gesprekken nodig, botsingen. Het anders gaan kijken, andere inzichten krijgen gaat langzaam. Het ontstaan van een nieuwe heelheid is een proces.

Maar ook het pak sneeuw in de ochtend is er ook niet in één keer gekomen. Het is in de nacht geleidelijk opgebouwd. Uit de donkere lucht zijn de witte vlokken neergedaald, van bovenaf. De sneeuwvlokken zijn één voor één neergedwarreld. De laag sneeuw is kristal voor kristal opgebouwd.

Zo dalen ook de vrede en de heelheid van het Kerstkind langzaam neer bij mensen, stukje bij beetje, totdat uiteindelijk de wereld er geheel anders uit gaat zien, helemaal nieuw.

A. Bruin